Stollingsonderzoek
Meet in één keer je INR, aPTT, fibrinogeen en trombocyten: de vier waarden waarmee een arts beoordeelt hoe snel je bloed stolt.
INR standaardiseert stollingsbeoordeling en is essentieel voor warfarinemonitoring.
Beoordeling door arts inbegrepen
Geen algemeen erkende referentiewaarde
Bij de INR hangt "normaal" volledig af van of u bloedverdunners (een vitamine-K-antagonist) gebruikt, en dat weten wij niet. Gebruikt u ze niet, dan ligt uw INR rond de 1,0. Gebruikt u ze wél, dan stelt uw trombosedienst een streefgebied vast — meestal 2,0-3,0 of 2,5-3,5, en bij sommige kunstkleppen zelfs 1,5-2,0. Een INR van 2,5 is dan precies goed, en géén afwijkende uitslag. Eén referentie-interval zou de ene groep onterecht geruststellen of de andere onterecht alarmeren, en daarom noemen wij er geen. Volg het streefgebied van uw trombosedienst.
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
INR wordt berekend uit de protrombinetijd. Een normale INR is ongeveer 1,0. Hogere waarden wijzen op langzamere stolling.
INR-monitoring waarborgt dat antistollingstherapie in het therapeutische bereik blijft.
INR wordt regelmatig gecontroleerd bij warfarinegebruikers, vóór operaties, bij vermoedde leverziekte of als onderdeel van stollingsonderzoek.
Bij warfarinegebruik: handhaaf consistente vitamine K-inname, vermijd plotselinge dieetveranderingen, beperk alcohol en bezoek regelmatig INR-controles.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
Meet in één keer je INR, aPTT, fibrinogeen en trombocyten: de vier waarden waarmee een arts beoordeelt hoe snel je bloed stolt.
Acht stollingswaarden in één afname, inclusief protrombinetijd, trombinetijd, D-dimeer en antitrombine III.
INR
€43,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten.
Privacybeleid