Hormonen Vrouw
FSH, LH, Estradiol, Progesteron en Prolactine: belangrijke vrouwelijke voortplantingshormonen.
Je progesteronwaarde vertelt je of er in deze cyclus een eisprong is geweest. Progesteron is een hormoon dat je lichaam vooral aanmaakt ná de eisprong, in het gele lichaam dat achterblijft waar de eicel vrijkwam. Vóór de eisprong is er bijna niets van in je bloed, erna tientallen keren zoveel. Daarom is er niet één normale waarde: voor de eisprong hoort de uitslag onder 0,62 nmol/l, erna tussen 13,1 en 46,3 nmol/l. Of jouw progesteron te hoog of te laag is, lees je dus alleen af met de cyclusdag ernaast, en de dag waarop je prikt bepaalt meer dan bij bijna elke andere bloedwaarde.
Beoordeling door arts inbegrepen
Progesteron is een hormoon dat na de eisprong vooral in de eierstokken wordt gemaakt en de baarmoederwand klaarmaakt voor een bevruchte eicel. De normaalwaarde hangt af van de cyclusfase en verschilt sterk per laboratorium: de ondergrens in de luteale fase, de tweede helft van de cyclus na de eisprong, is 3,8 nmol/l bij Unilabs, 5,82 bij Star-SHL, 10,6 bij Diagnostiek voor U en 13,1 bij Certe.
Bekijk de waarde die voor jou geldt:
Kies man of vrouw — dit bereik verschilt per geslacht.
Vul je leeftijd in — dit bereik verandert met de leeftijd.
Dit bereik hangt ook af van bijvoorbeeld cyclusfase of afnamemateriaal; de gemarkeerde rijen gelden voor jouw groep.
| Geslacht | Cyclusfase | Menopauzale status | Referentiewaarde (nmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|---|
| Man | < 0,47 nmol/l |
0,47
|
||
| Vrouw | · Folliculair | < 0,62 nmol/l |
0,62
|
|
| Vrouw | · Ovulatie | 0,18–13,2 nmol/l |
0,18
13,2
|
|
| Vrouw | · Luteaal | 13,1–46,3 nmol/l |
13,1
46,3
|
|
| Vrouw | · Postmenopauzaal | < 0,4 nmol/l |
0,4
|
Bijsluiterwaarde: 5e-95e percentiel per subgroep (n = 147 mannen; 142 postmenopauzaal; 85 folliculair; 81 ovulatie; 85 luteaal). Waarden onder de detectiegrens van de test (0,159 nmol/l) worden gerapporteerd als "< 0,159"; bij mannen, postmenopauzale vrouwen en in de folliculaire fase ligt het 5e percentiel daaronder, dus is er geen ondergrens. Het tijdstip van prikken bepaalt de uitslag: een midluteale progesteronbepaling hoort ongeveer 7 dagen voor de verwachte menstruatie (cycluslengte min 7 dagen), niet op een vaste dag 21 — bij een cyclus van 35 dagen is dag 21 nog folliculair. Vlak voor de menstruatie daalt progesteron weer. Een hormoonreferentiewaarde is assay-specifiek; deze waarden gelden voor de Roche Elecsys-methode.
Bron: Roche Diagnostics Referentiepopulatie: Roche referentiecohort (Elecsys Progesterone III bijsluiter)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Check je eigen waarde| Laboratorium | Groep | Referentiewaarde (nmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|
| Star-shl | · Vrouw · folliculaire fase | 0,181–2,840 nmol/l |
0,181 2,84
|
| Star-shl | · Vrouw · ovulatoire fase | 0,385–38,100 nmol/l |
0,385 38,1
|
| Star-shl | · Vrouw · luteale fase | 5,82–75,90 nmol/l |
5,82 75,9
|
| Star-shl | · Vrouw · een grens, geen bereik · na de overgang | < 0,401 nmol/l |
0,401
|
| Unilabs | · Vrouw · 14 jaar en ouder · folliculaire fase | 0–1 nmol/l |
0 1
|
| Unilabs | · Vrouw · 14 jaar en ouder · luteale fase | 3,8–50,6 nmol/l |
3,8 50,6
|
| Unilabs | · Vrouw · 14 jaar en ouder · na de overgang | 0,0–0,6 nmol/l |
0 0,6
|
| Unilabs | · Man | 0,0–1,6 nmol/l |
0 1,6
|
| Certe | · Vrouw · een grens, geen bereik · folliculaire fase | < 0,62 nmol/L |
0,62
|
| Certe | · Vrouw · ovulatoire fase | 0,18–13,20 nmol/L |
0,18 13,2
|
| Certe | · Vrouw · luteale fase | 13,1–46,3 nmol/L |
13,1 46,3
|
| Certe | · Vrouw · 50 jaar en ouder | 0,1–0,5 nmol/L |
0,1 0,5
|
| Certe | · Man · 12 jaar en ouder | 0,2–0,6 nmol/L |
0,2 0,6
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · een grens, geen bereik · folliculaire fase | < 4,5 nmol/L |
4,5
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · luteale fase | 10,6–81,0 nmol/L |
10,6 81
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · een grens, geen bereik · na de overgang | < 2,3 nmol/L |
2,3
|
Bron: Star-shl
Bron: Unilabs
Bron: Certe
Bron: Diagnostiek voor U
Elke waarde zoals het laboratorium die zelf publiceert, opgehaald in 2026.
Deze test meet de hoeveelheid progesteron in je bloed, in nanomol per liter (nmol/l). Je lichaam maakt dit hormoon vooral aan na een eisprong, en daarom leest de tabel op deze pagina per cyclusfase.
Voor de eisprong, in de folliculaire fase, hoort de uitslag onder 0,62 nmol/l. Rond de eisprong geldt 0,18 tot 13,2 nmol/l als gebruikelijk. Na de eisprong, in de luteale fase, stijgt de waarde naar 13,1 tot 46,3 nmol/l. Voor mannen geldt een bovengrens van 0,47 nmol/l en na de menopauze 0,4 nmol/l. Een ondergrens ontbreekt bij die groepen, omdat de meting zo laag niet reikt: alles onder 0,159 nmol/l rapporteert het lab als kleiner dan die grens, en dat is dan gewoon normaal. Deze waarden gelden niet tijdens een zwangerschap, want progesteron loopt dan veel hoger op dan het luteale bereik. Ze horen bij de Roche Elecsys-methode; een ander lab met een andere methode drukt andere getallen af.
Het juiste prikmoment valt zeven dagen vóór de volgende menstruatie. De tweede cyclushelft duurt bij bijna iedereen ongeveer veertien dagen, de eerste helft varieert. Bij een cyclus van 28 dagen is dat dag 21, bij een langere cyclus schuift het moment mee naar achteren. Prik je bij een cyclus van 35 dagen op dag 21, dan zit je nog vóór de eisprong en is een lage uitslag geen afwijking.
Progesteron wordt in pulsen afgegeven, dus een uitslag vlak bij een grens herhaal je beter in een volgende cyclus. Anticonceptie met hormonen houdt de eisprong tegen en daarmee de uitslag laag; dat is het middel en niet je lichaam.
Dit is de bloedwaarde die achteraf laat zien of je een eisprong hebt gehad. Een ovulatietest in de urine meet het hormoon dat de eisprong aankondigt, progesteron meet wat er daarna gebeurt. De luteale referentiewaarden zijn bepaald bij vrouwen die aantoonbaar ovuleerden, dus 13,1 nmol/l is in feite de ondergrens van een cyclus mét eisprong.
Daarom is de belangrijkste uitslag van deze test een lage waarde op de juiste dag. Die zegt dat er in deze cyclus geen eisprong is geweest, of dat de dag niet klopte. Dat tweede gebeurt vaak: wie op een vaste dag 21 prikt bij een cyclus van 32 of 35 dagen, meet nog de eerste cyclushelft en krijgt een lage waarde die niets betekent. Noteer daarom altijd wanneer je menstruatie daarna kwam; dat vertelt je of het moment goed was.
Bij een kinderwens is dit het getal waarmee je arts begint als je cyclus onregelmatig is. Lange of onvoorspelbare cycli zonder eisprong zijn de meest voorkomende hormonale reden waarom zwanger worden niet lukt. Heb je een regelmatige cyclus van normale lengte, dan raadt de huisartsenstandaard deze bepaling juist af: een regelmatige cyclus wijst op zichzelf al sterk op een eisprong, en de test voegt dan weinig toe.
Wat je er niet uit haalt: een precieze grens waarboven de eisprong bewezen is. De getallen die daarvoor circuleren, zoals 16 of 30 nmol/l, staan in geen enkele actuele richtlijn en daarom niet op deze pagina. Ook klachten als vermoeidheid of stemmingswisselingen lees je niet af aan één progesteronwaarde. Wil je het hele plaatje van je cyclus, dan horen je FSH en LH aan het begin van de cyclus erbij, en je TSH en prolactine als de eisprong uitblijft.
Heb je een cyclus? Kies de juiste dag
NodigHeb je een menstruatiecyclus? Laat dan bloed afnemen 7 dagen vóór je volgende verwachte menstruatie; is die onregelmatig, prik dan wekelijks tot je menstruatie begint. Zonder cyclus telt elke dag.
Prik zeven dagen voor de dag waarop je je menstruatie verwacht. Bij een cyclus van 28 dagen is dat dag 21, bij 30 dagen dag 23, bij 35 dagen dag 28. Tel dus terug vanaf het einde van je cyclus, want de tweede helft is bij bijna iedereen even lang en de eerste helft niet.
Schrijf na het prikken op wanneer je menstruatie echt kwam. Kwam ze meer dan tien dagen later, dan zat je nog in de eerste cyclushelft en zegt een lage waarde niets over je eisprong. Kwam ze binnen vijf dagen, dan prikte je aan het einde van de fase, als de waarde alweer zakt. In beide gevallen prik je in een volgende cyclus opnieuw op een beter gekozen dag.
Bij een onregelmatige cyclus is het moment lastig te raden. Een ovulatietest in de urine helpt: prik zes tot acht dagen na een positieve test. Je hoeft niet nuchter te zijn en het tijdstip op de dag maakt weinig uit.
Gebruik je de pil of andere anticonceptie die de eisprong tegenhoudt, dan is deze test niet zinvol, want de waarde blijft dan laag. Slik of gebruik je progesteron als medicijn, bijvoorbeeld bij een IVF-behandeling of als onderdeel van hormoontherapie, zeg dat er dan bij, want de test meet dat mee. En als je zwanger zou kunnen zijn, meet je geen cyclusfase meer; laat die uitslag dan door je verloskundige of arts beoordelen.
Een lage progesteronwaarde is alleen laag als je in de tweede cyclushelft prikte. Voor de eisprong, na de menopauze, bij mannen en onder anticonceptie hoort de waarde laag te zijn, en dan is er niets aan de hand.
Staat er op de juiste dag een waarde onder 13,1 nmol/l, dan is er in die cyclus waarschijnlijk geen eisprong geweest, of was het moment niet goed gekozen. Een cyclus zonder eisprong merk je meestal niet aan het hormoon zelf, maar aan je cyclus: je menstruatie blijft langer weg, komt onvoorspelbaar of is juist kort en licht. Dat komt vaker voor in de eerste jaren na je eerste menstruatie, in de jaren voor de overgang, bij PCOS, na snel afvallen of te weinig eten, bij heel intensief sporten, bij een verhoogd prolactine en bij een schildklier die te snel of te traag werkt.
Moeheid, slecht slapen of stemmingswisselingen worden vaak aan een laag progesteron toegeschreven, maar dat verband is niet aangetoond. Een lage waarde is op zichzelf geen verklaring voor zulke klachten. Blijft de eisprong uit, bespreek dan met je huisarts wat de oorzaak is, en laat je TSH en prolactine meelopen.
Een hoge progesteronwaarde na de eisprong is normaal: tot 46,3 nmol/l is dan gewoon en is het bewijs dat de eisprong er was. Gespannen borsten, een opgeblazen gevoel, slaperigheid en een iets hogere lichaamstemperatuur in die dagen zijn het gewone effect van het hormoon.
Zit je waarde ver boven het luteale bereik, dan zijn er bijna altijd maar twee verklaringen. Je bent zwanger, want dan stijgt progesteron door tot ver boven de luteale waarden. Of je gebruikt progesteron als medicijn, bijvoorbeeld bij IVF of in hormoontherapie, en de test meet dat mee.
Een verhoogde waarde in de eerste cyclushelft, na de menopauze zonder hormoontherapie, bij een man, of zonder een van beide verklaringen, is zeldzaam en hoort bij je arts. Een cyste van het gele lichaam of een aangeboren stoornis in de bijnierhormonen zijn dan mogelijkheden voor de arts om te bekijken, en niet iets om zelf te concluderen.
Geen eisprong
Als progesteron in de cyclus niet stijgt en daalt volgens het normale patroon, kan dat betekenen dat er geen eisprong is geweest, geen menstruatie, of allebei.
Hard sporten, ondergewicht of overgewicht
De kans op een eisprong kan kleiner zijn bij heel hard sporten, snel afvallen, te weinig wegen of overgewicht, en zonder eisprong blijft progesteron in de tweede helft van de cyclus laag.
Bloed op een andere cyclusdag
Progesteron dat vóór de tweede helft van de cyclus wordt gemeten, ligt lager dan de waarde voor de luteale fase; de Britse NICE-richtlijn adviseert halverwege de tweede helft te meten, op dag 21 van een cyclus van 28 dagen en bij een langere cyclus later, bijvoorbeeld op dag 28 van een cyclus van 35 dagen.
Na de overgang
Na de overgang is progesteron laag; Star-SHL hanteert dan minder dan 0,401 nmol/l.
Een vroege zwangerschap die niet goed verloopt
Als progesteron in de vroege zwangerschap onvoldoende stijgt, kan dat een extra aanwijzing zijn voor een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of een vroege miskraam.
Na de eisprong
Progesteron volgt een vast patroon in de cyclus, met een piek in de tweede helft, de luteale fase, na de eisprong.
Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap stijgt progesteron en ligt het tussen 50 en 1440 nmol/l, met extra sterke stijgingen bij een meerlingzwangerschap.
Progesteron als medicijn
Progesteron dat als medicijn wordt gegeven, bijvoorbeeld vaginaal bij een vruchtbaarheidsbehandeling, wordt in het bloed gemeten.
Je kunt progesteron niet rechtstreeks omhoog krijgen met eten of een supplement. Het wordt gemaakt door het gele lichaam, en dat is er alleen na een eisprong. Wat je wél kunt beïnvloeden, is of die eisprong plaatsvindt.
Te weinig eten, snel afvallen en heel intensief sporten kunnen de eisprong stilleggen; eet je weer voldoende, dan komt hij meestal terug. Fors overgewicht verstoort de cyclus ook, en bij PCOS helpt een paar procent gewichtsverlies vaak al om weer te ovuleren. Roken versnelt het verlies van eicellen en vervroegt de overgang.
Voor supplementen die progesteron zouden verhogen, zoals vitamine B6, zink of magnesium, is geen overtuigend bewijs. Begin er niet mee op basis van een bloeduitslag. Blijft je eisprong uit, ga dan naar je huisarts: die kijkt naar je schildklier, je prolactine en je cyclusgeschiedenis. Verander nooit zelf iets aan anticonceptie of aan progesteron dat je voorgeschreven kreeg.
Zeven dagen voor je verwachte menstruatie. Tel terug vanaf het einde van je cyclus: bij 28 dagen is dat dag 21, bij 35 dagen dag 28. Schrijf daarna op wanneer je menstruatie kwam, want alleen dan weet je of het moment klopte.
Dat kan. Progesteron komt pas in grotere hoeveelheden vrij na de eisprong, dus een midluteale waarde binnen 13,1 tot 46,3 nmol/l is het gebruikelijke bewijs dat je hebt geovuleerd. Een lage waarde op die dag wijst op geen eisprong, of op een te vroeg gekozen dag.
Omdat het lab één bereik afdrukt zonder cyclusfase en omdat hormoonwaarden per meetmethode verschillen. Op uitslagen die wij terugkrijgen staat bijvoorbeeld 0 tot 4,7 nmol/l, een bereik voor de eerste cyclushelft van een andere methode, of 0,16 tot 0,40, het bereik na de menopauze met de detectiegrens als ondergrens. Beoordeel je waarde tegen de fase waarin je prikte, en vraag je arts mee te kijken bij twijfel.
Alleen als dag 21 bij jou echt zeven dagen voor je menstruatie viel. Bij een cyclus van 32 of 35 dagen zit je op dag 21 nog vóór de eisprong, en dan is 2 nmol/l normaal. Kwam je menstruatie meer dan tien dagen na het prikken, herhaal de test dan in een volgende cyclus op de juiste dag en bespreek de uitslag met je huisarts.
Nee. De pil houdt de eisprong tegen, dus je eigen progesteron blijft laag, en de synthetische progestagenen uit de pil meet de test niet. Progesteron als medicijn, zoals bij IVF of hormoontherapie, wordt wél meegemeten. Zeg er daarom altijd bij wat je gebruikt.
Jazeker, in kleine hoeveelheden vanuit de bijnieren en de teelballen, als bouwsteen voor andere hormonen. Bij mannen valt de waarde bijna altijd onder de detectiegrens, en zij komt niet boven 0,47 nmol/l. Daarboven is het een gesprek met je arts.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
FSH, LH, Estradiol, Progesteron en Prolactine: belangrijke vrouwelijke voortplantingshormonen.
Een bloedonderzoek met 12 biomarkers, geïnspireerd op de InsideTracker Hormone Balance categorie — oestradiol, progesteron, testosteron, SHBG, DHEA-S, cortisol, TSH en de mineralen achter je hormoonscore.
Een InsideTracker bloedonderzoek met 35 biomarkers: hart, hormonen, stofwisseling, ontsteking, herstel en ijzerstatus. Gemeten in Nederland.
Een bloedonderzoek met 54 biomarkers voor vrouwen, geïnspireerd op het WHOOP Women's Health Panel — vruchtbaarheids-, cyclus- en schildklierhormonen plus een complete stofwisselings- en voedingsbasis.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Progesteron
€34,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid