Ga naar hoofdinhoud
Terug naar Blog
Menopauze & overgang

Overgang en je hormonen: welke bloedtest geeft inzicht

V
Vitalcheck
10 min lezen
Vrouw ontspannen op de bank thuis, als beeld bij de overgang en het laten testen van hormonen.
Vrouw ontspannen op de bank thuis, als beeld bij de overgang en het laten testen van hormonen.

Wil je in de overgang je hormonen laten testen? Begin met dit: de overgang stel je meestal niet met één bloedwaarde vast. De gemiddelde leeftijd van de laatste menstruatie ligt in Nederland rond de 51 jaar, en de jaren ervoor kunnen je hormonen flink schommelen. Een bloedtest kan soms helpen, maar je klachten en je cyclus zeggen vaak meer.

Mijn overtuiging na het lezen van veel hormoonuitslagen: mensen verwachten te veel van één meting. Een losse FSH-waarde op een willekeurige dag vertelt in de perimenopauze weinig, omdat die waarde van cyclus tot cyclus verspringt.

Hieronder zet ik op een rij wat er met je hormonen verandert, rond welke leeftijd dat speelt, en wanneer een bloedtest je wél iets oplevert.

Wat gebeurt er met je hormonen in de overgang?

In de overgang maken je eierstokken geleidelijk minder oestrogeen aan. Je hersenen reageren daarop door meer FSH af te geven, het hormoon dat de eierstokken aanstuurt. Die verschuiving verklaart veel van de klachten die vrouwen in deze jaren melden, van opvliegers tot een onrustige slaap.

Het gaat niet in één rechte lijn. Oestrogeen kan de ene maand nog bijna normaal zijn en de volgende maand laag. Die golfbeweging is juist het lastige, want ze maakt een enkele meting onbetrouwbaar.

Onderzoekers beschrijven de overgang als een aantal fasen, van de late vruchtbare jaren tot na de laatste menstruatie. In die fasen stijgt FSH gemiddeld en daalt oestradiol, terwijl je cyclus onregelmatiger wordt. Dat patroon is beschreven in het internationale STRAW+10-raamwerk.

Naast oestrogeen en FSH spelen ook LH en progesteron mee. Progesteron daalt vaak als eerste, omdat de eisprong onregelmatiger wordt. Dat verklaart mede waarom je cyclus kan veranderen voordat de opvliegers beginnen.

Wat is het verschil tussen perimenopauze, menopauze en postmenopauze?

Deze drie woorden worden vaak door elkaar gebruikt, terwijl ze verschillende fasen aanduiden. Het helpt om ze uit elkaar te halen, want je klachten en je hormonen horen bij een bepaalde fase.

De perimenopauze is de aanloop: je menstrueert nog, maar je cyclus en je hormonen veranderen al. De menopauze is strikt genomen je allerlaatste menstruatie, een moment dat je pas achteraf kunt vaststellen. Twaalf maanden zonder menstruatie betekent dat je die grens gepasseerd bent.

Daarna volgt de postmenopauze, de jaren na je laatste menstruatie. Sommige klachten nemen dan af, terwijl andere, zoals vaginale droogheid, kunnen aanhouden. In het spraakgebruik noemen we dit hele traject "de overgang". Meer over de aanloop lees je in perimenopauze herkennen.

Op welke leeftijd begint de overgang?

De overgang begint bij de meeste vrouwen ergens tussen 45 en 55 jaar, met de laatste menstruatie gemiddeld rond 51 jaar. De perimenopauze, de jaren met de eerste veranderingen, kan al vier tot tien jaar eerder starten. Er is dus geen vast startmoment.

Soms begint het eerder. Bij een deel van de vrouwen komen de eerste tekenen al rond het veertigste levensjaar. Komt de overgang voor je veertigste, dan spreken artsen van een vervroegde overgang, en dat is een reden om het met je huisarts te bespreken.

Stel je iemand voor van 46 die al twee jaar onregelmatig ongesteld is. Ze is niet te vroeg en niet te laat, ze zit midden in de perimenopauze. Precies daar is een bloedwaarde het minst voorspelbaar.

Komt de overgang duidelijk voor je veertigste, dan spreken artsen van een vroege of vervroegde overgang. Soms is daar een oorzaak voor, soms niet. In dat geval kan bloedonderzoek helpen het beeld te verhelderen, en is een gesprek met je huisarts verstandig.

Hoe weet je of je in de overgang bent?

Meestal herken je de overgang aan een combinatie van dingen: een cyclus die verandert, opvliegers, nachtelijk zweten, slechter slapen en wisselende stemmingen. Volgens Thuisarts.nl stelt de huisarts de overgang vaak vast op basis van je leeftijd en je klachten, niet met een test.

Dat voelt soms tegenstrijdig. Je zou denken dat een bloedtest het duidelijk maakt. Maar in de fase waarin de klachten beginnen, schommelen de hormonen nog te veel om een los getal betrouwbaar te maken.

Het bijhouden van je cyclus en je klachten geeft in deze periode vaak meer richting dan een eenmalige meting. Een simpel logboek van je menstruatie en je opvliegers helpt je huisarts meer dan je denkt.

Welke klachten kunnen bij de overgang horen?

De overgang geeft bij de een nauwelijks klachten en bij de ander veel. Opvliegers en nachtelijk zweten zijn het bekendst, maar de lijst is langer. Veel vrouwen merken vooral de combinatie, en juist dat maakt het soms lastig te herkennen.

  • Opvliegers en nachtzweten: plotselinge warmte, vaak in je gezicht, hals en borst.
  • Slechter slapen: moeite met inslapen, of 's nachts wakker worden en niet meer indutten.
  • Wisselende stemming: prikkelbaarheid, somberheid of onrustige, angstige gevoelens.
  • Veranderende cyclus: kortere, langere, heftigere of overgeslagen menstruaties.
  • Vaginale droogheid: soms met een branderig gevoel of pijn bij het vrijen.
  • Concentratie en geheugen: het bekende gevoel van "brain fog", vergeetachtigheid.
  • Gewrichts- en spierklachten: stijfheid of vage pijn zonder duidelijke oorzaak.

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Daarom is het beeld als geheel belangrijker dan één losse klacht of één losse bloedwaarde. Een arts kijkt naar het patroon, niet naar een momentopname.

Welke bloedwaarden horen bij de overgang?

Een paar hormonen komen bij de overgang het vaakst in beeld. Ze bewijzen geen diagnose, maar kunnen samen een beeld schetsen. De onderstaande tabel zet ze op een rij, met wat een verandering kan betekenen en waar je de waarde kunt laten meten. Zie het als toelichting, niet als oordeel.

HormoonWat een verandering kan betekenenWaar je het kunt laten meten
FSHStijgt vaak als de eierstokken minder actief worden; kan bij de overgang passen, maar schommelt in de perimenopauzeMenopauze-onderzoek
Oestradiol (E2)Daalt geleidelijk; lage waarden gaan soms samen met opvliegers en droogheidMenopauze-onderzoek
LHBeweegt vaak mee met FSH rond de overgangHormonen vrouw
AMHZegt iets over de eierstokvoorraad; wordt lager naarmate de overgang nadertHormonen vrouw
TSH (schildklier)Geen overgangshormoon, maar een trage schildklier kan op de overgang lijkenLos schildklieronderzoek

Wil je een aantal van deze waarden in één keer laten meten, dan past een menopauze-onderzoek. Meer over oestrogeen lees je in ons stuk over oestrogeen en de overgang.

Let bij het lezen van je uitslag op de referentiewaarden van het laboratorium. Die kunnen per lab verschillen, en ze houden vaak rekening met je leeftijd en de fase in je cyclus. Een waarde net buiten de referentie is niet meteen zorgelijk; de context bepaalt de betekenis.

Overgang of toch iets anders?

Niet elke klacht rond je vijftigste komt door de overgang. Een aantal aandoeningen geeft vergelijkbare klachten, en die zijn juist met bloedonderzoek te onderscheiden. Dat is een van de sterkste redenen om te testen.

Een trage schildklier geeft moeheid, kou en somberheid. Bloedarmoede door een laag ijzer geeft vermoeidheid en bleekheid. Langdurige stress of een burn-out kan je slaap en je stemming raken op een manier die op de overgang lijkt. Zie ook onze uitleg over schildklier en vermoeidheid.

Voel je je vooral uitgeput, dan helpt onze pillar altijd moe om de mogelijke oorzaken op een rij te zetten. Een bredere bloedtest kan een paar van deze sporen tegelijk zichtbaar maken.

Wanneer is een hormoontest in de overgang zinvol, en wanneer niet?

Een hormoontest voegt vooral iets toe als je jonger bent dan 45 en toch overgangsklachten hebt, of als je klachten niet goed te plaatsen zijn. Bij een typische overgang rond je vijftigste is de test meestal niet nodig, omdat de diagnose dan op je klachten rust.

Er is nog een goede reden om te testen: het uitsluiten van andere oorzaken. Een trage schildklier of bloedarmoede kan klachten geven die op de overgang lijken. Een bredere bloedtest kan die sporen laten zien.

De vraag is dus niet alleen "wat is mijn FSH", maar "wat wil ik weten". Wil je je overgang bevestigen, dan is je verhaal vaak leidend. Wil je andere oorzaken uitsluiten, dan is bloedonderzoek juist nuttig. Bespreek met je huisarts wat in jouw situatie past.

Kun je de overgang met een zelftest thuis bepalen?

Er bestaan zelftesten die FSH in je urine meten. Ze geven een signaal of je FSH verhoogd is, maar ze vertellen je niet in welke fase je zit. Omdat FSH in de perimenopauze schommelt, kan zo'n test de ene week positief zijn en de andere week negatief.

Een zelftest geeft dus hooguit een eerste indruk. Voor een vollediger beeld meet een bloedtest meerdere hormonen tegelijk, en beoordeelt een arts je uitslag. Wil je meer zekerheid, dan is bloedonderzoek betrouwbaarder dan een losse urinestrip.

Wat je ook kiest, één uitslag blijft een momentopname. Je klachten en je cyclus over de tijd zeggen vaak net zo veel.

Vrouw zit rustig bij het raam, als beeld bij de overgang en hormonale veranderingen.
Foto: Kelly Sikkema via Unsplash

Hoe laat je je hormonen testen zonder verwijzing?

Je kunt je hormonen ook zonder verwijzing van de huisarts laten testen. Je kiest dan zelf een test, prikt bij een priklocatie en krijgt je uitslag digitaal, met een beoordeling door een arts. Dat geeft je snel inzicht, zonder wachttijd.

Praktisch gezien helpt een ochtendafspraak. Sommige hormonen verschillen over de dag, en een vast tijdstip maakt uitslagen beter vergelijkbaar. Menstrueer je nog, dan is de dag in je cyclus soms belangrijk; vraag dat na bij de priklocatie.

Bij een menopauze-onderzoek worden vaak meerdere hormonen tegelijk gemeten, zodat je niet op één getal hoeft te leunen. Sommige mensen kiezen ervoor om zich periodiek te laten testen om een beeld over de tijd op te bouwen. Of dat bij jou past, hangt af van je klachten en je voorkeuren.

Krijg je je uitslag digitaal, neem dan de tijd om hem rustig te lezen. De begeleidende toelichting en de beoordeling van de arts helpen je de getallen in perspectief te plaatsen, zeker als een waarde net buiten de referentie valt.

Wat je uitslag ook laat zien, het blijft een momentopname. Blijf je klachten houden, of twijfel je over de betekenis, bespreek de waarden dan met je huisarts. Wil je eerst zien welke waarden een hormoononderzoek precies meet, lees dan dat overzicht.

Wat kun je zelf doen in de overgang?

Rond je leefstijl valt vaak winst te halen, ook al lost het niet alles op. Regelmatige beweging, genoeg slaap en aandacht voor je voeding helpen veel vrouwen om zich beter te voelen. Minder alcohol en cafeïne in de avond kan opvliegers en slaapproblemen verzachten.

Dit zijn algemene tips, geen behandeladvies. Voor klachten die je dagelijks leven raken bestaan er behandelingen, zoals hormoontherapie. Of die bij jou passen, bespreek je met je huisarts, die je klachten, je gezondheid en je voorkeuren meeweegt.

Mijn ervaring: vrouwen die hun klachten en hun cyclus een paar maanden bijhouden, voeren een beter gesprek met hun arts. Je komt dan niet met "ik voel me niet lekker", maar met een concreet beeld van wat er speelt en wanneer.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Bronnen

  • Harlow SD, et al. Executive summary of the Stages of Reproductive Aging Workshop +10. J Clin Endocrinol Metab. 2012. PMID 22344196.
  • Baker FC, et al. Sleep and sleep disorders in the menopausal transition. Sleep Med Clin. 2018. PMID 30098758.
  • Thuisarts.nl. Ik ben in de overgang. Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).
V

Auteur

Vitalcheck

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten