Whoop
Een uitgebreid bloedonderzoek met 45 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Cholesterol gaat in je bloed mee in deeltjes, en Lp(a) is zo'n deeltje: een LDL-deeltje met een extra eiwit eraan, apolipoproteïne(a). Volgens de European Atherosclerosis Society (EAS) kan Lp(a) ontsteking in de vaatwand op gang brengen.
Hoe hoger je Lp(a), hoe groter volgens de EAS het risico op hart- en vaatziekten, zonder scherpe grens, en die hoogte ligt voor meer dan 90% vast in je genen. Hoeveel Lp(a) je hebt, laat alleen een bloedtest zien.
Unilabs drukt Lp(a) uit in nanomol per liter (nmol/l) en deelt de uitslag voor hart- en vaatziekte in drieën: onder 75 nmol/l uitsluiten, 75 tot 125 nmol/l een grijs gebied, en boven 125 nmol/l insluiten.
Beoordeling door arts inbegrepen
Lp(a) is een vetdeeltje waarvan de hoogte grotendeels erfelijk vastligt. Laboratoria rapporteren het in nmol/l of mg/l, dus een uitslag is alleen te vergelijken met de grens van het laboratorium dat hem mat.
| Uitslag | Waarde (g/l) |
|---|---|
| Normaal | < 0,3 |
| Grenswaarde | 0,3–0,5 |
| Verhoogd | ≥ 0,5 |
Lp(a) is grotendeels erfelijk bepaald en blijft levenslang vrijwel constant. Het risico stijgt geleidelijk met de waarde; de EAS benadrukt dat er geen biologische drempel is. De NHG-Standaard CVRM hanteert > 50 mg/dl (0,50 g/l, 80e percentiel) als afkapwaarde en adviseert géén screening van de algemene bevolking. Sommige laboratoria hanteren een strengere bovengrens (0,3 g/l), die overeenkomt met de EAS-ondergrens van het grijze gebied.
Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Bron: European Atherosclerosis Society Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
De bovengrens loopt van 60 nmol/l bij Unilabs tot 75 nmol/l bij Star-shl.
| Laboratorium | Groep | Referentiewaarde (nmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|
| Star-shl | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 75 nmol/l |
75
|
| Unilabs | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 60 nmol/l |
60
|
| Unilabs | · Iedereen · grijs gebied voor hart- en vaatziekte | 75–125 nmol/l |
75 125
|
| Unilabs | · Iedereen · een grens, geen bereik · verhoogd risico op hart- en vaatziekte | > 125 nmol/l |
125
|
| Certe | · Iedereen · 18 jaar en ouder · een grens, geen bereik | < 500 mg/L mg/L | |
| Certe | · Iedereen · grijs gebied | 300–500 mg/L mg/L | |
| Certe | · Iedereen · een grens, geen bereik · hoog risico | > 500 mg/L mg/L | |
| Diagnostiek voor U | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 75 nmol/L |
75
|
Bron: Star-shl
Bron: Unilabs
Bron: Certe
Bron: Diagnostiek voor U
Elke waarde zoals het laboratorium die zelf publiceert, opgehaald in 2026.
Star-SHL en Unilabs geven de concentratie Lp(a) in je serum in nanomol per liter (nmol/l). Star-SHL meet met immunoturbidimetrie en noemt < 75 nmol/l als referentiewaarde, Unilabs < 60 nmol/l.
Lp(a) beschrijft de EAS als een oorzaak van hart- en vaatziekten waarvan het risico doorloopt, met een stijgend risico al onder de gebruikelijke grenzen. De EAS adviseert de uitslag te lezen binnen je totale risico op hart- en vaatziekten.
Over het meten van Lp(a) verschillen de richtlijnen: de EAS-consensus van 2022 zegt minstens één keer bij elke volwassene, bij voorkeur bij het eerste lipidenprofiel, terwijl de Nederlandse richtlijn erfelijke dyslipidemie geen rechtvaardiging ziet om de hele bevolking te screenen. Die Nederlandse richtlijn noemt een meting wel het overwegen waard bij onverklaarde hart- en vaatziekte op jonge leeftijd, bij jezelf of in de familie.
Een lage Lp(a) valt binnen de referentiewaarden van Star-SHL (< 75 nmol/l) en Unilabs (< 60 nmol/l); een ondergrens noemen beide laboratoria niet.
Een hoge Lp(a) verhoogt volgens de EAS je risico op hart- en vaatziekten, en dat risico neemt geleidelijk toe naarmate de waarde stijgt. Een oorzakelijk verband met trombose in de aderen is volgens de EAS niet aangetoond.
Verminderde leverfunctie
Lp(a) wordt in de lever gemaakt, dus een slechter werkende lever kan de waarde verlagen.
Te snel werkende schildklier
Een te snelle schildklier kan Lp(a) verlagen; na behandeling stijgt de waarde met 20 tot 25 procent.
Hormoonbehandeling na de overgang
Hormoonvervangende therapie na de overgang verlaagt Lp(a) met ongeveer 25 procent.
Ernstige acute ziekte
Bij levensbedreigende toestanden zoals sepsis of zware brandwonden is Lp(a) lager.
Erfelijke aanleg
Aangenomen wordt dat de hoogte van Lp(a) vooral genetisch vastligt en vanaf volwassen leeftijd nauwelijks verandert.
Nierziekte
Een verminderde nierfunctie kan Lp(a) verhogen, en bij het nefrotisch syndroom is de waarde 3 tot 5 keer zo hoog.
Zwangerschap
Tijdens een zwangerschap kan Lp(a) verdubbelen.
Te traag werkende schildklier
Een te trage schildklier kan Lp(a) verhogen; behandeling verlaagt de waarde met 5 tot 20 procent.
Heeft een ouder, broer of zus een duidelijk verhoogde Lp(a), dan vindt de EAS het redelijk om ook jouw Lp(a) te meten. Familieonderzoek naar een hoge Lp(a) beveelt de EAS aan bij familiaire hypercholesterolemie (erfelijk hoog cholesterol), bij een (zeer) hoge Lp(a) in de familie, en bij hart- en vaatziekte bij jezelf of in de familie.
Lp(a) moet volgens de EAS bij volwassenen minstens één keer gemeten worden, en de Nederlandse richtlijn erfelijke dyslipidemie gaat ervan uit dat de waarde vanaf volwassen leeftijd nauwelijks verandert.
Lp(a) daalt volgens de EAS met 15 tot 30% door PCSK9-remmers, die daarvoor niet geregistreerd zijn, en nieuwe middelen tegen de aanmaak van apo(a) worden onderzocht. Of specifiek het verlagen van Lp(a) tot minder hart- en vaatziekte leidt, is volgens de Nederlandse richtlijn erfelijke dyslipidemie nog in geen enkele gerandomiseerde studie onderzocht.
Een Lp(a) van 75 tot 125 nmol/l noemt Unilabs een grijs gebied voor hart- en vaatziekte: onder 75 nmol/l rekent Unilabs het risico als uitgesloten, boven 125 nmol/l als ingesloten.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
Een uitgebreid bloedonderzoek met 45 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Een bloedonderzoek met 46 biomarkers voor hartgezondheid, geïnspireerd op het WHOOP Heart Health Panel — een geavanceerde blik op cholesterol, lipoproteïnen, ontsteking en nierfunctie.
Een bloedonderzoek met 49 biomarkers voor mannen, geïnspireerd op het WHOOP Men's Health Panel — testosteron, PSA en prostaatgezondheid plus een complete stofwisselings- en hormoonbasis.
Een bloedonderzoek met 51 biomarkers voor prestaties, geïnspireerd op het WHOOP Performance Health Panel — herstel, bloedaanmaak, schildklier, hormonen, ijzer en voedingsstatus voor wie traint.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Lp(a)
€36,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid