Darmvlokken zijn piepkleine, vingervormige plooitjes in je dunne darm. Ze vergroten het oppervlak waarmee je voeding opneemt. Bij coeliakie ziet je afweersysteem gluten als een bedreiging.
Die reactie kan de vlokken geleidelijk afvlakken. Daardoor neemt je darm minder goed voedingsstoffen op.
Ik vind dat 'darmvlokken' vaak veel te abstract wordt uitgelegd. Daarom pak ik hier het mechanisme stap voor stap aan.
Goed nieuws vooraf: darmvlokken kunnen zich in veel gevallen herstellen. Dat maakt dit een verhaal met perspectief.
Wat zijn darmvlokken?
Darmvlokken (villi) zijn microscopisch kleine uitstulpingen op de binnenkant van je dunne darm. Elke vlok zit vol bloedvaatjes die voedingsstoffen uit je eten opnemen. Volgens het Voedingscentrum vergroten ze samen het opnameoppervlak enorm, waardoor je darm vitamines en mineralen goed opneemt.
Zonder vlokken zou je dunne darm een gladde buis zijn. Met vlokken is het opnameoppervlak vele malen groter.
Op elke vlok zitten nog kleinere haartjes, de microvilli. Die maken het opnemende oppervlak nog fijner.
Hoe gezonder de vlokken, hoe beter je lichaam voeding uit je eten haalt.
Elke vlok is maar ongeveer een millimeter lang. Toch bepalen deze kleine structuren voor een groot deel hoe goed je voeding opneemt.
Het totale opnameoppervlak van een gezonde dunne darm is enorm groot. Sommige schattingen vergelijken het met een tennisbaan.
De term darm vlokken wordt soms los geschreven, maar het gaat om precies hetzelfde weefsel.
Bij coeliakie raakt dit fijne oppervlak beschadigd. Een gladdere binnenkant neemt minder efficiënt op.
Wat doet gluten met je darmvlokken bij coeliakie?
Bij coeliakie ziet je afweersysteem gluten als een indringer. Gluten is een eiwit in tarwe, rogge en gerst. Je lichaam maakt dan antistoffen die ook je eigen darmweefsel raken, waardoor de darmvlokken op termijn geleidelijk kunnen afvlakken, een proces dat villusatrofie heet.
Onderzoekers ontdekten in 1997 dat een enzym hierbij een sleutelrol speelt, weefseltransglutaminase, kortweg tTG (Dieterich, 1997). Je afweersysteem maakt antistoffen tegen dit eigen enzym.
Die anti-tTG-antistoffen zijn precies waar een bloedtest naar zoekt. Wil je weten hoe dat werkt? Bekijk dan welke bloedwaarden op coeliakie wijzen.
Kort samengevat: gluten triggert een afweerreactie. Die reactie beschadigt het darmweefsel. Bij mensen zonder coeliakie gebeurt dit niet. Het verschil zit in de erfelijke aanleg en het afweersysteem.
De ontsteking en afvlakking gebeuren meestal geleidelijk. Klachten kunnen daarom lang mild of vaag blijven.
Gluten zit niet alleen in brood. Het komt ook voor in pasta, koekjes, bier en veel kant-en-klare producten.
Niet iedereen met coeliakie merkt duidelijke darmklachten. Soms staan juist vermoeidheid of tekorten op de voorgrond. Daarom wordt coeliakie ook wel een kameleon onder de aandoeningen genoemd.
De Marsh-classificatie: gradaties van darmschade
Artsen delen de schade aan darmvlokken vaak in met de Marsh-classificatie. Die loopt van een normaal slijmvlies (Marsh 0) tot volledig afgevlakte vlokken (Marsh 3c). De indeling beschrijft hoe ver een ontsteking mogelijk gevorderd is, hieronder in gewone taal samengevat.
| Marsh-stadium | Wat er in de darm gebeurt |
|---|---|
| Marsh 0 | Normaal slijmvlies. De vlokken zien er gezond uit en er zijn geen tekenen van schade. |
| Marsh 1 | Meer ontstekingscellen tussen de darmcellen, maar de vlokken zijn nog intact. |
| Marsh 2 | Ontsteking plus vergrote crypten, de plooien tussen de vlokken. De vlokken staan nog overeind. |
| Marsh 3 | Afgevlakte vlokken (villusatrofie). Dit stadium wordt onderverdeeld in 3a, 3b en 3c, van gedeeltelijk tot volledig afgevlakt. |
Een hoger stadium wijst meestal op meer afvlakking. De classificatie is een hulpmiddel voor artsen, geen diagnose op zichzelf.
De stadia zijn niet altijd een rechte lijn. Twee mensen met dezelfde diagnose kunnen verschillende beelden laten zien. Een arts kijkt daarom naar het hele plaatje, niet naar één getal.
Alleen een arts kan de stadia goed beoordelen, meestal met een stukje weefsel uit de darm. Dat heet een biopt.
Van villusatrofie naar tekorten in je bloed
Afgevlakte vlokken hebben minder oppervlak om voeding op te nemen. Daardoor kunnen tekorten ontstaan aan ijzer, vitamine B12, foliumzuur en vitamine D. Omdat de schade vaak begint in het bovenste deel van de darm, is bloedarmoede soms het eerste signaal.
Bloedarmoede door ijzertekort is een bekende uiting van coeliakie (Halfdanarson, 2007). Soms is dat zelfs de reden dat iemand voor het eerst wordt onderzocht.
Een tekort aan vitamine B12 of foliumzuur kan de aanmaak van rode bloedcellen verstoren. Dat kan zich uiten in vermoeidheid of bleekheid.
Hoe ijzertekort ontstaat en welke waarden inzicht geven, lees je in ons stuk over bloedarmoede en ijzertekort. Voor de bredere aanpak van vitaminetekorten herkennen is er een apart artikel.
Welke tekorten precies optreden, verschilt per persoon. De ene merkt vooral vermoeidheid, de ander vooral kortademigheid bij inspanning.
Ook vitamine D en calcium kunnen minder goed worden opgenomen bij langdurige schade. Op de lange termijn kan dat de botten beïnvloeden. Dit soort verbanden maakt duidelijk waarom coeliakie meer is dan alleen buikklachten.
Tekorten hoeven niet altijd klachten te geven, maar kunnen wel meetbaar zijn in je bloed. Ze bouwen langzaam op en vallen soms pas op bij een bloedtest.
Herstellen darmvlokken zich weer?
Ja, darmvlokken kunnen zich vaak herstellen op een glutenvrij dieet. Als de gluten wegvallen, kalmeert de ontsteking en groeien de vlokken geleidelijk terug. Bij volwassenen kan dat herstel maanden tot jaren duren, en niet altijd bij iedereen volledig (Rubio-Tapia, 2010).
In een grote studie onder volwassenen met coeliakie herstelde het slijmvlies bij veel mensen na verloop van tijd, maar niet bij iedereen (Rubio-Tapia, 2010). Consequent glutenvrij eten en geduld lijken daarbij te helpen.
Volgens Thuisarts.nl kan de darm zich herstellen zodra gluten uit de voeding verdwijnt. Bij kinderen gaat dat vaak sneller dan bij volwassenen.
Dat herstelvermogen is het hoopvolle deel van dit verhaal.
Herstel betekent niet dat je even minder gluten eet. Zelfs kleine hoeveelheden kunnen de ontsteking soms weer aanwakkeren. Veel mensen ervaren dat consequent volhouden het verschil maakt.
Voor veel mensen hoort controle bij de huisarts of diëtist bij het traject. Zo houd je zicht op hoe je lichaam reageert.
Wat mij het meest opvalt: het verhaal van darmvlokken gaat over schade én herstel. De darm heeft een opmerkelijk vermogen om zich te vernieuwen.
Heb je langdurige buikklachten of onverklaarde bloedarmoede? Sommige mensen kiezen ervoor om dit met een bloedtest te laten uitzoeken. Lees hoe een coeliakie test in elkaar zit, of ga direct naar coeliakie test laten doen via ons.
Zet vandaag de eerste stap: schrijf je klachten op en bespreek ze met je huisarts.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Bronnen
- Dieterich W, et al. Identification of tissue transglutaminase as the autoantigen of celiac disease. Nat Med. 1997. PMID 9212111.
- Rubio-Tapia A, et al. Mucosal recovery and mortality in adults with celiac disease after treatment with a gluten-free diet. Am J Gastroenterol. 2010. PMID 20145607.
- Halfdanarson TR, et al. Hematologic manifestations of celiac disease. Blood. 2007. PMID 16973955.
- Voedingscentrum. Coeliakie en glutenvrij eten.
Auteur