Stollingsonderzoek compleet: acht waarden in één afname
Acht stollingswaarden in één afname, inclusief protrombinetijd, trombinetijd, D-dimeer en antitrombine III.
Belangrijk om te weten
Bestel dit onderzoek niet binnen ongeveer drie maanden na een trombose, en niet terwijl je bloedverdunners gebruikt. Antitrombine III raakt verbruikt tijdens een stolsel en wordt verlaagd door heparine, en D-dimeer is dan vrijwel altijd verhoogd zonder dat het iets nieuws zegt. Je krijgt dan getallen die niemand kan uitleggen. Wacht tot je minstens drie maanden van de behandeling af bent, of overleg eerst met je arts.
Voeg toe aan je bestelling
Geen verwijzing nodig
Toegevoegd aan je bestelling
Klik op de knop om je mandje te bekijken
Inbegrepen markers
8 markersEen stollingsscreening met vier waarden laat zien of de keten ergens hapert. Dit uitgebreide onderzoek meet er acht: naast INR, aPTT, fibrinogeen en trombocyten ook de protrombinetijd, de trombinetijd, D-dimeer en antitrombine III. Samen dekken ze de opbouw van een stolsel, de afbraak ervan en de natuurlijke rem daarop.
Je bestelt online, hebt geen verwijzing nodig en laat je bloed prikken bij een van de 700+ gecertificeerde afnamepunten. Alle acht waarden komen uit één afname en staan binnen enkele werkdagen klaar, beoordeeld door een BIG-geregistreerde arts.
Waarom deze test?
Een screening met vier waarden vertelt je of de stollingsketen ergens vertraagd is en aan welke kant. Dit onderzoek begint waar die screening ophoudt. Het voegt vier bepalingen toe die elk vanuit een andere hoek naar diezelfde keten kijken, zodat je na één afname meer in handen hebt dan alleen een richting om verder te zoeken.
De protrombinetijd (PT) meet dezelfde laboratoriumreactie als de INR, maar rapporteert die in seconden in plaats van als verhoudingsgetal. Een laboratoriumverslag zet de twee naast elkaar, en daarom zie je ze hier ook allebei. De trombinetijd isoleert de laatste stap van de keten: de omzetting van fibrinogeen in fibrine. D-dimeer meet weer iets anders, namelijk de fragmenten die achterblijven wanneer het lichaam een stolsel afbreekt. En antitrombine III is de eigen rem van je lichaam op het stollen, het eiwit dat voorkomt dat de keten doorschiet.
Deze variant is bedoeld voor wie liever alle acht waarden uit één afspraak haalt dan een tweede keer terug te komen. Wil je alleen weten of de basis in orde is, dan volstaat het stollingsonderzoek met vier waarden.
Voor wie is deze test?
Dit uitgebreide stollingsonderzoek kan passen bij:
- mensen bij wie blauwe plekken of nabloeden vaker voorkomen dan vroeger
- mensen bij wie een arts stollingswaarden heeft aangevraagd en die niet op een verwijzing willen wachten
- mensen in wier familie een bloedings- of stollingsstoornis is vastgesteld
- mensen met een leveraandoening, omdat de lever de eiwitten maakt die dit panel meet
- mensen met trombose in de familie die eerst willen zien hoe hun waarden ervoor staan voordat ze beginnen met oestrogeenhoudende anticonceptie of aan een zwangerschap
- mensen die al onder onderzoek zijn en met concrete getallen een consult in willen gaan
Er is één groep voor wie dit onderzoek juist niet bedoeld is, en die uitzondering geldt net zo hard als de rest van de lijst. Bestel dit panel niet binnen ongeveer drie maanden na een trombose, en niet zolang je bloedverdunners gebruikt. Antitrombine III raakt verbruikt terwijl een stolsel ontstaat en wordt door heparine verlaagd, en D-dimeer blijft die hele periode verhoogd. De uitslag is dan niet te lezen. Gebruik je antistolling en wil je je INR laten controleren om je dosering bij te stellen, dan blijft die controle bij je trombosedienst.
Wat wordt er getest?
Je krijgt acht waarden gemeten, verdeeld over de hele keten:
- INR: de gestandaardiseerde uitkomst van de stollingsroute die buiten het bloedvat op gang komt, waardoor labs onderling vergelijkbaar zijn.
- PT (protrombinetijd): dezelfde reactie, gerapporteerd in seconden in plaats van als verhoudingsgetal.
- aPTT: de tijd die de route nodig heeft die binnen het bloedvat start.
- Trombinetijd (TT): de laatste stap apart gemeten, van fibrinogeen naar fibrine.
- Fibrinogeen: hoeveel grondstof er beschikbaar is voor de omzetting die de trombinetijd meet.
- Trombocyten: het aantal bloedplaatjes dat beschikbaar is om dat eerste propje mee te maken.
- D-dimeer: de fragmenten die vrijkomen wanneer een stolsel weer wordt afgebroken.
- Antitrombine III (activiteit): hoe goed de natuurlijke rem op het stollen werkt.
Dat INR en PT allebei in de lijst staan is geen dubbeling. Ze komen uit één en dezelfde laboratoriumreactie: het lab meet de stollingstijd in seconden en rekent dat getal om naar de INR. Een laboratoriumverslag rapporteert de twee standaard naast elkaar, en dat doen wij hier ook.
Alle acht vallen onder de categorie Stolling, waar je per waarde uitgebreidere uitleg vindt.
Wat kan deze test je vertellen?
De vier waarden uit de basisscreening laten zien of de keten vertraagd is en aan welke kant. De vier extra bepalingen vullen aan op punten die de screening openlaat.
Een normale D-dimeer maakt het onwaarschijnlijk dat er kort geleden een stolsel is gevormd. Uitsluiten is waar deze bepaling goed in is, al verkleint een normale uitslag de kans zonder een stolsel volledig uit te sluiten; hoe zwaar hij weegt, hangt af van de klinische verdenking. De andere kant op werkt hij veel zwakker. Een verhoogde D-dimeer heeft veel mogelijke oorzaken en zegt op zichzelf weinig; hoe waarschijnlijk een stolsel werkelijk is, blijft een klinische afweging die een arts maakt op grond van je klachten en je situatie, niet op grond van het getal.
Een lage antitrombine III kan erfelijk zijn, maar is veel vaker verworven: door een leveraandoening, eiwitverlies via de nieren, een recente trombose of behandeling met heparine. Eén lage meting is daarom geen conclusie. Wat hij betekent, hangt af van wat er verder speelt, en dat is precies wat een arts erbij betrekt.
Geen enkele waarde in dit panel stelt op zichzelf een stollingsstoornis vast. Wat het onderzoek doet, is de vraag scherper maken en een arts een startpunt geven voor wat er daarna eventueel nodig is.
Hoe wordt het materiaal verkregen?
Je laat bloed uit een ader prikken op een van de 700+ gecertificeerde afnamepunten in Nederland. Welke locatie dat wordt en wanneer, kies je zelf zodra je bestelling binnen is.
Alle acht waarden komen uit diezelfde afname. Voor de vier extra bepalingen hoef je dus niet een tweede keer langs te gaan.
Stollingsbepalingen worden afgenomen in een citraatbuis die precies tot het streepje gevuld moet zijn en die snel bij het lab moet aankomen, anders schuiven de uitkomsten. Daarom prikt getraind personeel op een gecertificeerde locatie, en doe je het niet zelf thuis.
Wanneer is deze test nuttig?
Dit uitgebreide panel kan onder meer nuttig zijn:
- als een eerdere stollingsscreening iets liet zien en je met meer waarden een vervolgconsult in wilt
- als trombose in je familie voorkomt en je wilt weten hoe jouw waarden ervoor staan voordat je begint met oestrogeenhoudende anticonceptie of aan een zwangerschap
- voorafgaand aan een geplande ingreep waarvoor een kliniek of tandarts om een bredere set stollingswaarden vraagt
- bij het volgen van een bekende leveraandoening, omdat de lever zowel de stollingsfactoren als antitrombine III aanmaakt
- maar niet binnen ongeveer drie maanden na een trombose en niet tijdens het gebruik van bloedverdunners: wacht dan tot de behandeling ver genoeg achter je ligt, want tot die tijd zijn de waarden niet te lezen
Wat betekent de uitslag?
Elke waarde staat naast het referentiebereik van het laboratorium dat je bloed heeft geanalyseerd. Bij stollingsbepalingen weegt dat zwaarder dan bij veel andere tests: de uitkomst hangt af van het gebruikte reagens en van de apparatuur, waardoor de bereiken per lab verschillen. Dezelfde trombinetijd kan in het ene lab midden in het bereik vallen en in het andere er net boven.
Voor D-dimeer geldt daarbij een extra kanttekening. De waarde loopt op met de leeftijd en stijgt bij zwangerschap, infectie, een recente operatie, ontsteking en kanker. Bij iemand zonder klachten is een verhoogde D-dimeer daarom meestal terug te voeren op een van die oorzaken, en niet op een stolsel.
Een waarde buiten het bereik is geen diagnose. Het betekent dat deze bepaling afwijkt van wat het lab bij de meeste mensen meet. Milde afwijkingen in één enkele waarde worden regelmatig gevonden bij mensen die nooit een bloeding of een stolsel hebben gehad.
Voorbereiding
Je hoeft niet nuchter te zijn. Eten en drinken mag gewoon, en je plant je afspraak in op een moment dat jou uitkomt.
De timing telt hier wel. Laat dit onderzoek pas doen als je minstens drie maanden van een trombose af bent en gestopt bent met bloedverdunners. Antitrombine III raakt verbruikt terwijl een stolsel ontstaat en wordt door heparine verlaagd, en D-dimeer blijft in die periode verhoogd; de eiwitwaarden zijn dan niet te lezen.
Noteer verder een infectie of griep die je op dat moment onder de leden hebt, een zwangerschap, en het gebruik van supplementen in hoge dosering. Alle drie kunnen ze je waarden verschuiven, dus vermeld ze als je de uitslag bespreekt.
Wat gebeurt er na de uitslag?
Je uitslag staat binnen enkele werkdagen online, met per waarde je eigen meting naast het referentiebereik van het lab en een toelichting in gewone taal. Elke uitslag krijgt een professionele beoordeling van een BIG-geregistreerde arts.
Vallen alle acht waarden binnen het bereik, dan is dat een rustig uitgangspunt voor precies die acht bepalingen. Erfelijke stollingsafwijkingen zoals factor V Leiden meet dit panel niet, dus baseer een besluit over oestrogeenhoudende anticonceptie of een zwangerschap er niet alleen op; leg dat eerst voor aan je huisarts. In de veelgestelde vragen hieronder staat wat een trombofilieonderzoek daaraan toevoegt. Wijkt de antitrombine III af of is de D-dimeer verhoogd, maak dan een afspraak bij je huisarts in plaats van de bepaling zelf te herhalen. Die kan je waarden naast je klachten, je medicijnen en je voorgeschiedenis leggen en bepalen of, en welk, vervolgonderzoek zinvol is.
Veelgestelde vragen
Van bestelling naar rapport in 4 stappen
Een bloedtest zonder verwijzing betekent geen wachttijd. Gewoon bestellen en gaan.
Kies je bloedtest
Bekijk onze bloedtesten en kies wat je wilt laten checken. Vergelijk markers en prijzen, of stel een test op maat samen.
Ontvang je labverwijzing
Nog dezelfde werkdag ontvang je een e-mail van ZorgDomein met een barcode. Bestellingen buiten kantooruren worden de volgende werkdag verwerkt.
Prik bij een lab bij jou in de buurt
Laat de barcode op je telefoon zien en neem een geldig ID mee. Klaar in minder dan 15 minuten.
Ontvang je rapport van de arts
Een BIG-geregistreerde arts beoordeelt je resultaten en schrijft een persoonlijk rapport. Binnen enkele werkdagen op je dashboard.
Kies je bloedtest
Bekijk onze bloedtesten en kies wat je wilt laten checken. Vergelijk markers en prijzen, of stel een test op maat samen.
Ontvang je labverwijzing
Nog dezelfde werkdag ontvang je een e-mail van ZorgDomein met een barcode. Bestellingen buiten kantooruren worden de volgende werkdag verwerkt.
Prik bij een lab bij jou in de buurt
Laat de barcode op je telefoon zien en neem een geldig ID mee. Klaar in minder dan 15 minuten.
Ontvang je rapport van de arts
Een BIG-geregistreerde arts beoordeelt je resultaten en schrijft een persoonlijk rapport. Binnen enkele werkdagen op je dashboard.
Altijd een locatie bij jou in de buurt
Met 700+ gecertificeerde priklocaties door heel Nederland.
Wat we testen
Dit gezondheidspanel bevat 8 biomarkers voor een uitgebreid beeld van je gezondheid.
Een trombocytentelling meet het aantal bloedplaatjes in uw bloed. Bloedplaatjes zijn kleine celfragmenten die essentieel zijn voor de bloedstolling en helpen het bloeden te stoppen wanneer bloedvaten beschadigd zijn.
Learn moreAntitrombine III Activiteit meet de functionele activiteit van antitrombine, een belangrijk natuurlijk antistollingseiwit dat meerdere stollingsfactoren remt. Verminderde antitrombineactiviteit verhoogt het risico op bloedstolselvorming (trombose).
Learn moreaPTT (geactiveerde partiële tromboplastinetijd) meet hoe lang het duurt voordat bloed stolt via de intrinsieke en gemeenschappelijke stollingspathways. Het is een van de meest aangevraagde stollingstests.
Learn moreD-Dimeer is een fibrine-afbraakproduct dat vrijkomt wanneer bloedstolsels worden afgebroken. Verhoogd D-Dimeer geeft aan dat stolselvorming en -afbraak plaatsvindt.
Learn moreFibrinogeen is een eiwit dat door de lever wordt geproduceerd en een dubbele rol speelt als stollingsfactor en acute-fasereactant.
Learn moreINR (International Normalized Ratio) standaardiseert protrombinetijdresultaten over laboratoria heen. Het is de universele meting voor het monitoren van orale antistollingstherapie (warfarine).
Learn morePT (Protrombinetijd) meet hoe lang het duurt voordat bloed stolt via de extrinsieke pathway. Het evalueert factoren VII, X, V, II en fibrinogeen.
Learn moreTrombinetijd (TT) meet hoe lang het duurt voordat fibrinogeen wordt omgezet in fibrine — de laatste stap van de stollingscascade.
Learn moreTrombocyten
HematologieEen trombocytentelling meet het aantal bloedplaatjes in uw bloed. Bloedplaatjes zijn kleine celfragmenten die essentieel zijn voor de bloedstolling en helpen het bloeden te stoppen wanneer bloedvaten beschadigd zijn.
Een te laag aantal trombocyten (trombocytopenie) betekent dat bloedingen minder goed worden gestelpt. Je merkt dat aan blauwe plekken die makkelijk ontstaan, nabloeden van kleine wondjes, bloedend tandvlees of neusbloedingen. Oorzaken lopen uiteen van een virusinfectie en medicijngebruik tot een auto-immuunreactie, een leveraandoening of een vergrote milt. Een te hoog aantal (trombocytose) is meestal reactief: het lichaam maakt tijdelijk meer bloedplaatjes aan bij een ontsteking, infectie, ijzertekort of na een operatie. Minder vaak ligt er een aandoening van het beenmerg aan ten grondslag. Bij sterk verhoogde aantallen kan het risico op stolselvorming toenemen. Het aantal zegt overigens niets over hoe goed de bloedplaatjes werken. Ontstekingsremmers zoals aspirine en NSAID's remmen de functie van trombocyten terwijl het aantal normaal blijft.
Anti-thrombine III Activiteit
StollingAntitrombine III Activiteit meet de functionele activiteit van antitrombine, een belangrijk natuurlijk antistollingseiwit dat meerdere stollingsfactoren remt. Verminderde antitrombineactiviteit verhoogt het risico op bloedstolselvorming (trombose).
Antitrombinedeficiëntie is de sterkste erfelijke trombofilierisicofactor. Het identificeren van lage activiteit helpt bij beslissingen over antistolling.
aPTT
StollingaPTT (geactiveerde partiële tromboplastinetijd) meet hoe lang het duurt voordat bloed stolt via de intrinsieke en gemeenschappelijke stollingspathways. Het is een van de meest aangevraagde stollingstests.
aPTT helpt bloedingsstoornissen te identificeren, antistollingstherapie te monitoren en stollingsremmers te detecteren.
D-dimeer
StollingD-Dimeer is een fibrine-afbraakproduct dat vrijkomt wanneer bloedstolsels worden afgebroken. Verhoogd D-Dimeer geeft aan dat stolselvorming en -afbraak plaatsvindt.
Een negatief D-Dimeer is zeer nuttig om DVT en longembolie uit te sluiten. D-Dimeer kan echter door veel aandoeningen worden verhoogd en stijgt van nature met de leeftijd.
Fibrinogeen
StollingFibrinogeen is een eiwit dat door de lever wordt geproduceerd en een dubbele rol speelt als stollingsfactor en acute-fasereactant.
Laag fibrinogeen kan bloedingsproblemen veroorzaken, terwijl verhoogd fibrinogeen wordt geassocieerd met cardiovasculair risico en chronische ontsteking.
INR
StollingINR (International Normalized Ratio) standaardiseert protrombinetijdresultaten over laboratoria heen. Het is de universele meting voor het monitoren van orale antistollingstherapie (warfarine).
INR-monitoring waarborgt dat antistollingstherapie in het therapeutische bereik blijft.
PT (Protrombinetijd)
StollingPT (Protrombinetijd) meet hoe lang het duurt voordat bloed stolt via de extrinsieke pathway. Het evalueert factoren VII, X, V, II en fibrinogeen.
PT/INR is essentieel voor warfarinemonitoring, leverfunctiebeoordeling en screening op stollingsfactordeficiënties.
Trombine Tijd (TT)
StollingTrombinetijd (TT) meet hoe lang het duurt voordat fibrinogeen wordt omgezet in fibrine — de laatste stap van de stollingscascade.
TT helpt fibrinogeenafwijkingen te identificeren, heparinecontaminatie te detecteren en onverklaarde verlengingen te evalueren.
Gerelateerde biomarkers
Biomarkers die vaak samen met deze test worden onderzocht voor een vollediger beeld.
Anti-thrombine III Concentratie
Antitrombine III Concentratie vult de activiteitstest aan voor uitgebreide trombofiliscreening.
Basofielen
Basofielen zijn de minst voorkomende witte bloedcellen en spelen een rol bij allergische en ontstekingsreacties, onder andere door histamine vrij te geven. Ze horen bij je volledige bloedbeeld en zijn normaal in kleine aantallen aanwezig. Een verhoogd aantal is ongebruikelijk en wordt samen met je andere waarden beoordeeld.
Bloedgroep + Rh
Een bloedgroeptest bepaalt uw ABO-bloedgroep en Rh-factor. Het kennen van uw bloedgroep is essentieel voor veilige bloedtransfusies, orgaantransplantaties en zwangerschapsplanning.
Coombs Test (indirect)
De indirecte Coombs-test screent op onverwachte antistoffen in uw bloed die kunnen reageren tegen rode bloedcellen. Het is een belangrijke test voor transfusieveiligheid en prenatale zorg.
Eosinofielen
Eosinofielen zijn witte bloedcellen die betrokken zijn bij allergische reacties en de afweer tegen parasieten. Ze horen bij je volledige bloedbeeld. Een verhoogd aantal wordt vaak gezien bij allergieën, astma of een parasitaire infectie, terwijl een laag aantal meestal niet zorgwekkend is.
Erythrocyten
Een erythrocytentelling (rode bloedcellen) meet het aantal rode bloedcellen in uw bloed. Rode bloedcellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof van uw longen naar de rest van uw lichaam en het terugvoeren van koolstofdioxide voor uitademing.
Gerelateerde gezondheidspanels
Ontdek meer panels voor een compleet gezondheidsbeeld.
Ferritine test
Meet je ferritine, de ijzervoorraad in je lichaam en een veelvoorkomende oorzaak van moeheid. Zonder verwijzing.
Vitamine D test
Meet je vitamine D, belangrijk voor je botten, spieren en weerstand. Zonder verwijzing, uitslag binnen enkele werkdagen.
Stollingsonderzoek
Meet in één keer je INR, aPTT, fibrinogeen en trombocyten: de vier waarden waarmee een arts beoordeelt hoe snel je bloed stolt.
Past deze test niet helemaal?
Stel je eigen bloedtest samen uit 252+ individuele biomarkers — kies precies wat je nodig hebt.
Heb je een vraag?
Ons team helpt je graag verder. Stel je vraag en we reageren zo snel mogelijk.