Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Bloedwaarden & biomarkers

Immunoglobulinen: wat IgG, IgA en IgM over je afweer zeggen

V
Vitalcheck
7 min lezen
Glazen laboratoriumflesjes met een oranje vloeistof op een werkbank.
Foto: Fulvio Ciccolo via Unsplash

Op je uitslag staan drie regels onder elkaar: IgG 11,2 g/L, IgA 2,1 g/L, IgM 1,3 g/L. Immunoglobulinen zijn antistoffen, eiwitten die je afweer maakt om ziekteverwekkers te herkennen. Die drie klassen samen zeggen vooral iets over het verloop in de tijd.

Wat mij opvalt: bijna elke Nederlandse pagina somt de klassen alfabetisch op en stopt daarna. IgA, IgD, IgE, IgG, IgM. Klaar.

Daarmee blijft de nuttigste vraag liggen. Waarom vraagt een arts IgM en IgG zo vaak in één keer aan?

Het antwoord zit in timing. IgM verschijnt als eerste bij een nieuwe infectie, IgG komt later en blijft veel langer meetbaar (PMID 20176265). Die volgorde is de rode draad van dit artikel.

Wat zijn immunoglobulinen?

Immunoglobulinen zijn antistoffen: Y-vormige eiwitten die je B-cellen aanmaken. Ze plakken aan een stukje van een virus, bacterie of gifstof en markeren dat voor opruiming. Mensen hebben vijf klassen, IgG, IgA, IgM, IgD en IgE, met elk een eigen plek in het lichaam en een eigen taak (PMID 20176265).

Antistoffen horen bij je verworven afweer, het deel dat leert. Je aangeboren afweer reageert direct en grofweg hetzelfde op alles wat binnenkomt. De verworven afweer onthoudt (PMID 20176265).

Dat geheugen verklaart waarom een IgG waarde na een doorgemaakte infectie jaren later nog meetbaar kan zijn.

Hoe die twee systemen samenwerken, staat uitgebreider in ons overzicht van hoe je afweersysteem werkt.

IgG, IgA, IgM en IgE naast elkaar

De vier klassen die je op een uitslag tegenkomt, zitten op verschillende plekken en doen verschillend werk. IgG zit vooral in je bloed en vormt ongeveer 75 procent van je antistoffen. IgA bewaakt je slijmvliezen, IgM komt als eerste opzetten en IgE hoort bij allergie (PMID 20176265).

KlasseWaar het vooral zitWat het grofweg doetWaar een lab meestal naar kijkt
IgGBloed en weefselvocht, ongeveer 75 procent van alle antistoffenLangdurige afweer en geheugen na een infectieHet totaalgehalte, en soms antistoffen tegen één specifieke ziekteverwekker
IgASlijmvliezen: speeksel, traanvocht, darm en luchtwegen, plus bloedAfweer op het grensvlak met de buitenwereldTotaal IgA, vaak naast IgA-antistoffen zoals bij coeliakie
IgMVooral in de bloedbaan, meestal als cluster van vijf gekoppelde eenhedenDe eerste antistof bij een nieuwe prikkelOf er recent contact met een ziekteverwekker is geweest
IgEZeer lage concentraties, deels gebonden aan mestcellenReactie op allergenen en op parasietenTotaal IgE en specifiek IgE bij allergievragen

De omschrijvingen in deze tabel zijn algemeen. Referentiewaarden verschillen per laboratorium en per leeftijd, dus de range die op jouw eigen uitslag staat is de range die telt.

Waarom IgM en IgG vaak samen worden gemeten

Omdat het paar iets zegt over het moment. IgM is de klasse die je afweer als eerste produceert bij een nieuwe ziekteverwekker. IgG volgt daarna en blijft doorgaans veel langer aanwezig (PMID 20176265). Een lab dat allebei meet, kijkt dus naar het tijdsverloop van een afweerreactie.

Denk aan een fabriek die eerst een snel prototype maakt en pas daarna de definitieve serie. IgM is het prototype: snel klaar, wat grover. IgG is de serie: preciezer, en jarenlang op voorraad.

Daarom zet een lab bij sommige infectietesten een IgM- en een IgG-uitslag naast elkaar.

Ik zeg er meteen bij dat dit een algemeen patroon is, geen rekenregel voor je eigen uitslag. Het beeld verschilt per ziekteverwekker en per testmethode, en uitzonderingen zijn er genoeg. Alleen een arts die jouw verhaal en de gebruikte test kent, kan zo'n combinatie duiden.

Wat zeggen een IgG waarde en een IgM waarde op je uitslag?

Op zichzelf weinig. Een totaal IgG of totaal IgM is de optelsom van duizenden verschillende antistoffen door elkaar. Zo'n getal zegt iets over de productie in het algemeen, niet over afweer tegen één specifieke ziekte. Naast je klachten, je medicijnen en de rest van je bloedbeeld wordt het pas bruikbaar.

Waarom die ranges per lab verschillen, lees je in ons stuk over referentiewaarden bij bloedonderzoek.

Verlaagde of verhoogde immunoglobulinen kunnen veel oorzaken hebben. Een infectie, een chronische ontsteking, een leverprobleem, bepaalde medicijnen en zeldzamere aandoeningen van het afweersysteem staan allemaal op die lijst.

Eén afwijkende regel is dus een startpunt voor een gesprek, geen diagnose.

Antistoffen zijn bovendien maar één laag. Het aantal afweercellen zegt iets anders, en in een groot Deens bevolkingsonderzoek onder 98.344 mensen hing een laag lymfocytenaantal samen met meer infecties (PMID 30383787). Wat dat wel en niet betekent, staat in lymfocyten te laag.

IgA deficiëntie: vaak aanwezig, meestal zonder klachten

Selectieve IgA deficiëntie wordt beschreven als de meest voorkomende primaire immuunstoornis. Iemand maakt dan weinig of geen IgA aan, terwijl IgG en IgM normaal zijn. De meeste mensen bij wie het wordt vastgesteld hebben er geen klachten van, en het komt vaak bij toeval aan het licht (PMID 20101521).

Dat "bij toeval" is geen detail. Het verklaart waarom een laag IgA op een uitslag zelden het drama is waar mensen bang voor zijn.

Er is wel één praktisch gevolg dat je op Nederlandse pagina's bijna nooit leest. De bloedtest op coeliakie leunt op IgA-antistoffen tegen weefseltransglutaminase.

Maak je nauwelijks IgA aan, dan kan die test laag uitvallen terwijl er wel degelijk coeliakie speelt. Een vals geruststellende uitslag dus.

Daarom bepalen laboratoria het totaal IgA vaak in dezelfde buis als de coeliakie-antistoffen. Zo valt te beoordelen of die antistoftest bij deze persoon überhaupt iets kan aantonen.

Een voorbeeld met getallen. Neem twee mensen die dezelfde coeliakietest doen en allebei een negatieve uitslag terugkrijgen: bij de eerste is het totaal IgA 2,4 g/L, dus de uitslag is gewoon te beoordelen. Bij de tweede ligt dat anders.

Bij de tweede is het totaal IgA 0,05 g/L. Diezelfde negatieve uitslag zegt dan bijna niets, want het lichaam maakt de antistof die de test meet nauwelijks aan.

Zelfde uitslag, heel andere betekenis. Daarom staat totaal IgA bij ons als losse bloedwaarde en niet als voetnoot.

Thuisarts beschrijft coeliakie als een blijvende afwijkende reactie op gluten waarbij de dunne darm beschadigd raakt. De diagnose valt niet met één bloedwaarde te stellen: dat blijft werk voor je huisarts en een specialist.

Immunoglobulinen en IgE gaan over verschillende vragen

IgE is ook een immunoglobuline, maar het beantwoordt een andere vraag. IgG, IgA en IgM draaien om afweer tegen infecties. IgE draait om allergie en om de reactie op parasieten. De concentratie in bloed ligt vele duizenden keren lager dan die van IgG (PMID 20176265).

Die verwarring zie ik constant terug in vragen die bij ons binnenkomen. Iemand leest het woord "immunoglobuline" op een allergiepagina en denkt dat een IgG-bepaling iets over hooikoorts zegt.

Dat is niet zo.

Wil je weten wat een verhoogd IgE kan betekenen, dan is dat een apart verhaal: wat een verhoogde IgE waarde in je bloed betekent.

Wat doe je met een afwijkende uitslag?

Je legt hem naast de rest. Immunoglobulinen worden zelden los beoordeeld: een arts kijkt ook naar je infectiegeschiedenis, je medicijnen, je witte bloedbeeld en je ontstekingswaarden. Volwassenen maken gemiddeld twee tot drie verkoudheden per jaar door, dus regelmatig snotteren zegt op zichzelf weinig (PMID 12517470).

Die context bepaalt of een getal betekenis krijgt.

Welke waarden bij aanhoudende infecties inzicht kunnen geven, werken we uit in verzwakt immuunsysteem: oorzaken en bloedwaarden.

Wil je je eigen waarden volgen, dan kun je immuunoglobuline IgG los kiezen, of ze meenemen naast de bredere uitgebreide gezondheidscheck.

Concreet: schrijf je drie waarden over, met de referentierange van je eigen lab erbij. Noteer welke infecties je het afgelopen jaar hebt gehad en welke medicijnen je gebruikt. Neem dat lijstje mee naar je huisarts en vraag wat de combinatie van IgG, IgA en IgM in jouw situatie betekent.

Bronnen

  1. Chaplin DD. Overview of the immune response. J Allergy Clin Immunol. 2010;125(2 Suppl 2):S3-S23. PMID 20176265.
  2. Yel L. Selective IgA deficiency. J Clin Immunol. 2010;30(1):10-16. PMID 20101521.
  3. Warny M, Helby J, Nordestgaard BG, et al. Lymphopenia and risk of infection and infection-related death in 98,344 individuals from a prospective Danish population-based study. PLoS Med. 2018;15(11):e1002685. PMID 30383787.
  4. Heikkinen T, Järvinen A. The common cold. Lancet. 2003;361(9351):51-59. PMID 12517470.
  5. Thuisarts. Patiënteninformatie over afweer, infecties en coeliakie. Beschikbaar via thuisarts.nl.

Elk bloedtestresultaat bij Vitalcheck bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

V

Auteur

Vitalcheck

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten