Snel blauwe plekken krijg je meestal niet door een ziekte. Bij de meeste volwassenen ligt het aan een huid die dunner wordt. Kleine bloedvaatjes scheuren daardoor eerder. Toch zijn er zeven oorzaken die je deels in je bloed terugziet. Juist die blijven vrijwel overal onbesproken.
Dat vind ik een gemiste kans. Bijna elk Nederlands artikel hierover stopt bij "de huid wordt dunner". Welke waarde er dan iets over kan zeggen, lees je nergens.
Hieronder staan zeven oorzaken op een rij. Per oorzaak lees je welke bloedwaarde inzicht kan geven, en wanneer je het beter met je huisarts bespreekt.
Snel blauwe plekken: de 7 oorzaken in het kort
Een blauwe plek ontstaat als kleine bloedvaatjes onder de huid scheuren en er bloed in het weefsel lekt. Hoe makkelijk dat gebeurt, hangt af van je huid, je bloedplaatjes, je stolling en je medicijnen. Deze zeven oorzaken verklaren het grootste deel van de klachten.
| Oorzaak | Bloedwaarde die inzicht kan geven |
|---|---|
| 1. Dunner wordende huid door de jaren | Geen, dit zie je aan de huid zelf |
| 2. Bloedverdunners, aspirine en NSAID's | PT (protrombinetijd) en INR |
| 3. Corticosteroiden bij langdurig gebruik | Geen directe waarde, wel je medicatielijst |
| 4. Te weinig bloedplaatjes | Trombocyten in het volledig bloedbeeld |
| 5. Erfelijke stollingsafwijking | APTT en von Willebrand factor |
| 6. Verminderde leverfunctie | ALAT, ASAT, gamma-GT en PT |
| 7. Vitamine C tekort | Vitamine C |
Een blauwe plek na een prik in je arm is trouwens iets anders. Die heeft een duidelijke aanleiding en hoort niet in dit rijtje. Daarover gaat blauwe plek na bloedprikken.
1. Je huid wordt dunner met de jaren
De meest voorkomende oorzaak van snel blauwe plekken is veroudering. Huid en onderhuids vet worden dunner, waardoor de vaatjes eronder minder beschermd liggen. Artsen noemen dit actinische purpura. Je ziet het meestal op de onderarmen en handruggen, precies waar de zon jarenlang op heeft gestaan.
Dermatoloog Roger Ceilley beschreef in 2017 dat het vaker voorkomt naarmate mensen ouder worden (PMID 28979656). Zonneschade versnelt het proces, omdat UV-licht collageen afbreekt.
Deze plekken doen meestal geen pijn. Ze trekken wel langzamer weg dan een gewone stoot.
2. Bloedverdunners, aspirine en ontstekingsremmers
Medicijnen zijn de tweede grote verklaring. Bloedverdunners zoals acenocoumarol of een DOAC remmen je stolling. Aspirine en NSAID's zoals ibuprofen en diclofenac maken je bloedplaatjes minder plakkerig. Het effect is hetzelfde: een klein stootje lekt langer door.
Het Farmacotherapeutisch Kompas noemt blauwe plekken en bloedingen bij deze middelen als bekende bijwerking. Bij vitamine K-antagonisten laat de protrombinetijd of de INR zien hoever je stolling verlengd is.
Stop nooit op eigen houtje met een bloedverdunner. Overleg met je huisarts of de trombosedienst.
3. Corticosteroiden bij langdurig gebruik
Corticosteroiden dunnen de huid uit als je ze lang gebruikt. Dat geldt voor tabletten, maar ook voor sterke zalven en zelfs voor hooggedoseerde inhalatiepuffers. Capewell en collega's beschreven in 1990 in de BMJ al purpura en een dunne huid bij mensen die hoge doses inhalatiecorticosteroiden gebruikten (PMID 2372620).
Herken je dit patroon? Blauwe plekken op de onderarmen bij iemand die al jaren puffs of prednison gebruikt.
Geen enkele bloedwaarde wijst dit aan. Je medicatieoverzicht wel.
4. Te weinig bloedplaatjes
Bloedplaatjes, oftewel trombocyten, dichten scheurtjes in je vaatwand. Zijn er te weinig, dan blijft zo'n scheurtje langer lekken. Dit is de eerste oorzaak die je direct in je bloed ziet. Trombocyten zitten namelijk in elk volledig bloedbeeld.
Een verlaagd aantal kan veel oorzaken hebben, van een doorgemaakte virusinfectie tot medicijngebruik. Het zegt op zichzelf niets over een specifieke aandoening.
Meer achtergrond staat in trombocyten: normaalwaarde, te hoog en te laag uitgelegd.
5. Een erfelijke stollingsafwijking zoals von Willebrand
Sommige mensen maken van jongs af aan minder goed werkende stollingseiwitten aan. De ziekte van von Willebrand is daarvan de bekendste. En die komt vaker voor dan de meeste mensen denken.
Rodeghiero en collega's onderzochten 1.218 scholieren en vonden bij 10 van hen von Willebrand, oftewel 0,82 procent (PMID 3492222). Dat is ongeveer 1 op de 120.
Het patroon is meestal herkenbaar: blauwe plekken sinds de kindertijd, lang nabloeden na een tandartsbezoek, en hevige menstruaties. Een APTT en de von Willebrand factor kunnen hier inzicht geven.
6. Je lever maakt bijna al je stollingsfactoren
Dit verband kennen weinig mensen. Je lever produceert het merendeel van je stollingsfactoren. Werkt de lever minder goed, dan daalt die aanmaak. Stolling duurt dan langer.
Dit is de oorzaak die ik het vaakst over het hoofd zie gaan. Mensen laten na een stevige periode wel hun lever checken. De link met blauwe plekken leggen ze niet.
ALAT, ASAT en gamma-GT laten zien hoe je lever ervoor staat. De protrombinetijd zegt iets over de stolling zelf. Bij fors alcoholgebruik vallen die twee soms tegelijk op.
De uitleg per waarde staat in leverwaarden begrijpen: ALAT, ASAT en gamma-GT.
7. Een vitamine C tekort
Vitamine C is nodig om collageen te maken, en collageen houdt je vaatwanden stevig. Bij een fors tekort worden die wanden brozer. Dan ontstaan er kleine bloedinkjes rond de haarzakjes, vaak op de bovenbenen.
Nguyen en collega's beschreven dit in 2003 als een beeld dat je aan de huid kunt herkennen (PMID 12581082). Echte scheurbuik is zeldzaam in Nederland. Het Voedingscentrum wijst erop dat groente en fruit ruim voldoende vitamine C leveren.
Twijfel je? Vitamine C tekort: symptomen en wanneer meten zinvol is gaat er dieper op in.
Welke ziekte veroorzaakt blauwe plekken?
Er is niet een ziekte die blauwe plekken veroorzaakt. Aandoeningen die je stolling of je bloedplaatjes raken kunnen ze geven. Denk aan von Willebrand, een leveraandoening of te weinig bloedplaatjes. In verreweg de meeste gevallen ligt de oorzaak bij huid, leeftijd of medicijnen.
Blauwe plekken op zichzelf zijn dus een zwak signaal. Het patroon eromheen zegt meer: waar ze zitten, hoe vaak ze opkomen, en of er ander bloedverlies bij hoort.
Wat mij hierbij opvalt: mensen zoeken meteen naar een ziekte. Vaker ligt het antwoord in het medicijndoosje.
Krijgen vrouwen sneller blauwe plekken dan mannen?
Vaak wel, maar de reden is genuanceerder dan meestal wordt verteld. Vrouwen hebben gemiddeld een andere verdeling van onderhuids vet en een iets dunnere huid, waardoor vaatjes eerder bekneld raken. Voor actinische purpura, de leeftijdsvorm uit punt 1, geldt dat verschil juist niet.
Ceilley schrijft dat actinische purpura even vaak bij mannen als bij vrouwen voorkomt (PMID 28979656). De veelgehoorde stelling dat vrouwen altijd sneller blauwe plekken krijgen, klopt dus niet voor elke vorm.
Hoe lang duurt het voordat een blauwe plek weg is?
De meeste blauwe plekken verdwijnen binnen twee weken. De kleur gaat van rood naar paars, dan naar groen en daarna naar geelbruin. Dat komt doordat je lichaam het hemoglobine afbreekt. Bij ouderen en bij gebruikers van bloedverdunners duurt het vaak langer.
Is een plek na drie tot vier weken nog onveranderd? Of wordt hij steeds groter? Dan hoort hij thuis bij je huisarts.
Wanneer bespreek je blauwe plekken met je huisarts?
Kort gezegd: als het patroon verandert, of als er ander bloedverlies bij komt. Thuisarts beschrijft blauwe plekken zonder duidelijke aanleiding als reden om contact op te nemen met de huisarts. Ook nieuwe klachten naast de plekken zijn een reden om te overleggen.
Signalen die mensen doorgaans met hun huisarts bespreken:
- Plekken die opkomen zonder dat je je gestoten hebt
- Vaak bloedneuzen, of lang nabloeden na een wondje
- Menstruaties die veel heviger zijn dan je gewend bent
- Kleine rode puntjes op de huid die niet wegdrukken als je erop duwt
- Blauwe plekken samen met koorts, botpijn of ongewone vermoeidheid
In de Amerikaanse huisartsenliteratuur staat het net zo: het verhaal van de patient bepaalt of bloedonderzoek zinvol is, niet de plek zelf (PMID 26926815 en PMID 39556633).
Welke bloedwaarden geven inzicht bij snel blauwe plekken?
Vier waarden komen het vaakst terug: trombocyten, de protrombinetijd, de leverwaarden en vitamine C. Samen dekken ze de stolling, de aanmaak van stollingsfactoren en de stevigheid van je vaatwanden. Ze stellen geen diagnose, maar ze geven je huisarts wel iets concreets om mee verder te kijken.
Neem twee mensen van 58 met dezelfde plekken op hun onderarmen. Bij de een zijn de trombocyten 240 en de leverwaarden normaal. Dat past bij een dunner wordende huid. Bij de ander staat er 95. Dan wordt het gesprek met de huisarts meteen een ander gesprek.
Wat er in een standaard bloedbeeld zit, lees je in volledig bloedbeeld: wat de onderdelen van je CBC betekenen. De losse waarde staat op de pagina over trombocyten. Hoe je een uitslag leest, staat in bloedwaarden begrijpen.
Wie de stolling in samenhang wil laten bekijken, kan kijken naar het stollingsonderzoek compleet. Bespreek de uitslag daarna met je huisarts.
Wat ik ervan vind
Na het lezen van wat er in het Nederlands over dit onderwerp staat, valt mij vooral op hoe snel het een huidkwestie wordt genoemd. Dat klopt vaak. Maar niet altijd. Het verschil zit in het patroon, niet in de plek zelf.
Noteer daarom de komende twee weken waar plekken opkomen en of je je gestoten hebt. Neem dat lijstje mee naar je huisarts als er plekken bij zitten zonder aanleiding.
Bronnen
- Neutze D, Roque J. Clinical evaluation of bleeding and bruising in primary care. American Family Physician, 2016. PMID 26926815
- Hughes PR, Lewis MN, Adams SS. Bleeding and bruising: primary care evaluation. American Family Physician, 2024. PMID 39556633
- Rodeghiero F, Castaman G, Dini E. Epidemiological investigation of the prevalence of von Willebrand disease. Blood, 1987. PMID 3492222
- Ceilley RI. Treatment of actinic purpura. Journal of Clinical and Aesthetic Dermatology, 2017. PMID 28979656
- Capewell S, Reynolds S, Shuttleworth D, Edwards C, Finlay AY. Purpura and dermal thinning associated with high dose inhaled corticosteroids. BMJ, 1990. PMID 2372620
- Nguyen RT, Cowley DM, Muir JB. Scurvy: a cutaneous clinical diagnosis. Australasian Journal of Dermatology, 2003. PMID 12581082
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Auteur