Een online voedselallergie test die honderd voedingsmiddelen scant, kost tegenwoordig een paar tientjes. De uitslag komt terug met tarwe, melk en ei rood aangevinkt. Precies wat je bijna elke dag eet.
Dat is geen toeval. Dat is het hele verhaal.
Wij verkopen bloedtesten, en juist daarom zeg ik dit hardop: zulke panelen verkopen het gevoel van een antwoord, en dat gevoel is het product. Er bestaat wel bloedonderzoek met echte diagnostische waarde bij voedselklachten. Alleen doet het minder dan de reclame belooft.
Wat is een voedselallergie test precies?
Een voedselallergie test meet in je bloed specifiek IgE: de antistof die je afweersysteem aanmaakt tegen één bepaald allergeen, zoals pinda, ei of hazelnoot. Per allergeen krijg je een aparte waarde in kU/l. Het lab kijkt dus niet naar voeding in het algemeen, maar naar afzonderlijke eiwitten.
Het Voedingscentrum omschrijft het onderscheid kort en duidelijk. "Bij een voedselallergie reageert je afweersysteem op bepaalde stoffen in voedingsmiddelen." Bij een intolerantie gebeurt iets anders: "Het lichaam kan op bepaalde voedingsmiddelen reageren zonder dat het afweersysteem geactiveerd wordt."
Dat verschil bepaalt of een bloedtest überhaupt iets kán meten. IgE hoort bij het afweersysteem, en dus bij allergie. Bij een intolerantie is er geen antistof om te meten, en dus ook geen zinnige bloedwaarde.
Een allergietest via bloed meet daarom geen algemene "voedselgevoeligheid". Hij meet één antistof, tegen één eiwit, tegelijk.
Volgens het Voedingscentrum heeft naar schatting ongeveer 1 tot 4% van de bevolking een voedselallergie of voedselintolerantie. Bij kinderen ligt dat op 4 tot 6%. Veel meer mensen vermoeden dat ze iets niet verdragen, en in dat gat zit de hele commerciële testmarkt.
Bij Vitalcheck laat je specifiek IgE meten via het voedselallergiepakket, met een vaste set veelvoorkomende voedselallergenen. Voor pollen, huisstofmijt en huisdieren bestaat het inhalatieallergiepakket.
Werkt een IgG-voedselintolerantietest?
Nee. Een IgG- of IgG4-test tegen voeding zegt niets over allergie of intolerantie. De EAACI Task Force concludeerde al in 2008 dat IgG4 tegen voedingsmiddelen juist wijst op herhaalde blootstelling en op immunologische tolerantie (PMID 18489614). Voor het uitzoeken van voedselklachten is die test niet relevant.
Het mechanisme is bijna banaal. Eet je vaak brood, dan komt tarwe-eiwit vaak langs je afweersysteem. Je maakt daar IgG tegen aan, niet omdat er iets misgaat, maar omdat je lichaam dat eiwit kent en verdraagt.
En dus kleurt tarwe rood op je uitslag. Net als melk. Net als ei. Een voedselintolerantie test op IgG-basis vindt precies wat je het vaakst eet, en verkoopt dat aan je terug als de oorzaak van je klachten.
Dat is de val.
Dat is niet alleen een Europese conclusie. Ook het UMC Utrecht wijst de IgG-test af: die laat vooral zien welk voedsel je eerder hebt gegeten.
Kom je online tegen dat je "een betrouwbare IgG-test" nodig hebt om je voedselallergie op te sporen? Dat klopt niet, en het staat al sinds 2008 zwart op wit.
Ik zou zelf nooit zo'n panel bestellen, ook niet uit nieuwsgierigheid. Je koopt er een lijst verboden producten mee, je gaat onnodig schrappen, en het echte probleem blijft staan. Hetzelfde geldt voor haartesten en bioresonantie: die meten niets wat met allergie te maken heeft.
Welke methodes wél zijn onderzocht en welke niet, staat uitgewerkt in het overzicht over voedselintolerantie testen: wat werkt en wat niet.
Betekent een positieve IgE-uitslag dat je allergisch bent?
Niet automatisch. Een positieve specifiek IgE betekent dat je gesensibiliseerd bent: je hebt antistoffen tegen dat allergeen. Sensibilisatie is niet hetzelfde als allergie. sIgE-testen tonen een gesensibiliseerde toestand uitstekend aan, maar een positieve uitslag valt niet altijd samen met een klinische allergie (PMID 22201146).
In gewoon Nederlands: je afweersysteem heeft het eiwit herkend en er antistoffen tegen gemaakt. Of je er ook klachten van krijgt, is een tweede vraag. Pas als die klachten er zijn, spreek je van een allergie.
Het UMC Utrecht, een academisch ziekenhuis, is er open over hoe vaak dat misloopt. "In zo'n vijftig procent van de gevallen waarbij die test een antistof aantoont, is er toch geen sprake van een allergie."
De helft. Dat is geen voetnoot, dat is de kern van deze test.
Stel: twee mensen, allebei een specifiek IgE voor hazelnoot van 3,5 kU/l. De eerste krijgt na een handje hazelnoten een tintelende mond en dikke lippen. De tweede eet al jaren hazelnootpasta zonder één klacht.
Zelfde getal, tegenovergestelde betekenis.
Kruisreactie verklaart een deel van die verwarrende uitslagen. Ben je allergisch voor berkenpollen, dan kan je afweersysteem eiwitten in appel en hazelnoot verwarren met pollen-eiwitten, simpelweg omdat ze op elkaar lijken. Je test dan positief op noten, terwijl je er hooguit een kriebelende mond van krijgt. Het UMC Utrecht noemt appel, hazelnoot en perzik als bekende voorbeelden.
De klachten bepalen wat de uitslag waard is. De test ondersteunt je verhaal, hij vervangt het niet. Dat is ook waarom een verhoogde totaalwaarde weinig zegt over één specifiek voedingsmiddel. Wat een verhoging wel en niet aangeeft, lees je in het artikel over wat een verhoogd IgE in je bloed betekent.
Blijven je klachten onverklaard terwijl je IgE negatief is? Dan kunnen andere mechanismen meespelen, zoals histamine. Welke bloedwaarden daarbij iets zeggen, staat in het stuk over de histamine-intolerantie test, en de achtergrond in onze uitleg over histamine-intolerantie en wat je bloed laat zien.
Wat is dan wel de betrouwbaarste manier om een voedselallergie vast te stellen?
Een gesprek eerst, een test daarna. De EAACI-richtlijn uit 2023 begint bij een allergiegerichte anamnese: wat at je, hoe snel kwamen de klachten, hoe zagen ze eruit. Pas daarna volgen specifiek IgE of een huidpriktest. De referentiestandaard blijft de orale provocatietest onder medische begeleiding (PMID 37815205).
Die volgorde staat ook in de Europese richtlijn voor voedselallergie en anafylaxie: een test krijgt pas betekenis binnen het klinische verhaal (PMID 24909706). In Nederland werkt je huisarts met de NHG-standaard Voedselovergevoeligheid en coeliakie, die dezelfde lijn volgt.
| Test | Wat het meet | Wat de uitslag betekent | Bruikbaar voor diagnose? |
|---|---|---|---|
| Specifiek IgE (bloed) | Sensibilisatie voor een allergeen | Ondersteunt, bewijst niet | Ja, samen met je klachten |
| Huidpriktest | Sensibilisatie, maar via de huid | Ondersteunt, bewijst niet | Ja, samen met je klachten |
| Orale provocatietest onder begeleiding | De echte reactie op het voedingsmiddel | De referentiestandaard | Ja |
| IgG / IgG4 voedselpanel | Blootstelling en tolerantie | Zegt vooral wat je vaak eet | Nee |
| Haartest of bioresonantie | Niets wat met allergie te maken heeft | Geen diagnostische waarde | Nee |
Een provocatietest doe je nooit op eigen houtje. Je krijgt onder toezicht van een arts een oplopende hoeveelheid van het verdachte voedingsmiddel, met noodmedicatie binnen handbereik. Dat toezicht is precies wat de test verantwoord maakt.
Het Voedingscentrum zegt het onomwonden: "Ga niet zelf experimenteren met het weglaten of juist gebruiken van bepaalde producten." Test een verdacht voedingsmiddel dus nooit thuis op jezelf uit.
Krijg je benauwdheid, zwelling van je lippen, tong of keel, of andere tekenen van anafylaxie? Dat is acute zorg. Bel 112 of ga naar de huisartsenpost. Bloedonderzoek heeft op zo'n moment geen enkele rol.
Wanneer is bloedonderzoek bij voedselklachten wel zinvol?
In twee situaties. Als je na een duidelijke reactie op één voedingsmiddel een IgE-allergie vermoedt, en als je wilt uitsluiten dat iets anders je klachten verklaart. Coeliakie, bloedarmoede of een tekort kunnen dezelfde buikklachten en vermoeidheid geven als een vermeende voedselovergevoeligheid.
Coeliakie is het duidelijkste voorbeeld. Het is geen allergie en geen intolerantie, maar een auto-immuunreactie op gluten, en daar bestaat wel gericht bloedonderzoek voor. Het verschil, en hoe je het laat testen, staat in glutenintolerantie of coeliakie.
IgE bloedonderzoek is in die tweede situatie dus niet je enige route. Vaak zegt een ijzerwaarde of een schildklierwaarde meer over aanhoudende moeheid dan welke allergietest ook.
Wij verkopen bloedtesten, en die IgG-panelen verkopen we bewust niet. In mijn ervaring houden mensen er precies één ding aan over: een lijst met producten die ze niet meer durven eten, en nog steeds geen antwoord op hun klacht.
Ik zou zelf nooit bij zo'n panel beginnen. Vermoed je een echte allergie, begin dan bij je verhaal en bij je huisarts, niet bij een online panel. Wil je gericht laten prikken, kies dan specifiek IgE via het voedselallergiepakket, of stel je eigen test samen met de bloedtest-samensteller. Bespreek je resultaten daarna met je huisarts.
Bronnen
- Stapel SO, Asero R, Ballmer-Weber BK, et al. Testing for IgG4 against foods is not recommended as a diagnostic tool: EAACI Task Force Report. Allergy. 2008;63(7):793-796. PMID 18489614.
- Santos AF, Riggioni C, Agache I, et al. EAACI guidelines on the diagnosis of IgE-mediated food allergy. Allergy. 2023;78(12):3057-3076. PMID 37815205.
- Muraro A, Werfel T, Hoffmann-Sommergruber K, et al. EAACI food allergy and anaphylaxis guidelines: diagnosis and management of food allergy. Allergy. 2014;69(8):1008-1025. PMID 24909706.
- Sicherer SH, Wood RA. Allergy testing in childhood: using allergen-specific IgE tests. Pediatrics. 2012;129(1):193-197. PMID 22201146.
- Voedingscentrum. Encyclopedie: voedselovergevoeligheid. Beschikbaar via voedingscentrum.nl.
- NHG. NHG-standaard Voedselovergevoeligheid en coeliakie. Beschikbaar via richtlijnen.nhg.org, met patiëntinformatie op thuisarts.nl.
- UMC Utrecht. Hoe stel je een voedselallergie vast? Beschikbaar via umcutrecht.nl.
- UMC Utrecht. Paraberksyndroom: kruisreactie tussen berkenpollen en voeding. Beschikbaar via umcutrecht.nl.
Elk bloedtestresultaat bij Vitalcheck bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Een bloedwaarde is geen diagnose: bespreek behandelbeslissingen altijd met je huisarts.
Auteur