Whoop
Een uitgebreid bloedonderzoek met 43 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Non-HDL-cholesterol is je totaal cholesterol min je HDL-cholesterol. Meer is het niet. Je kunt het zelf uitrekenen met een uitslag die misschien al in een la bij je thuis ligt. Wat er na die aftreksom overblijft, is de cholesterol in alle deeltjes die zich in je vaatwand kunnen vastzetten. Je huisarts kijkt meestal naar je LDL. Dat getal staat wel op je uitslag, maar het is er meestal niet gemeten: het lab schat het met een rekenformule, en die formule kan scheef gaan. Bij non-HDL komt geen formule kijken en hoef je ook niet nuchter te zijn. De 3,3 mmol/l die op je uitslag staat, is een gemiddelde van de bevolking. Het is geen streefwaarde.
Beoordeling door arts inbegrepen
| Uitslag | Waarde (mmol/l) |
|---|---|
| Normaal | < 3,9 |
| Verhoogd | ≥ 3,9 |
Non-HDL-cholesterol wordt berekend als totaal cholesterol min HDL-cholesterol en telt al het "slechte" (atherogene) cholesterol bij elkaar op. Omdat het niet gevoelig is voor nuchter zijn, kan het in niet-nuchter bloed worden bepaald, zoals wij het afnemen. De grens van 3,9 mmol/l is de afkapwaarde van de NHG-Standaard CVRM voor niet-nuchter bloed (80e percentiel). Welke waarde voor u wenselijk is, hangt af van uw totale risico op hart- en vaatziekten: is er een behandelindicatie, dan hanteert de NHG een lagere streefwaarde - < 3,4 mmol/l bij hoog risico en < 2,6 mmol/l bij zeer hoog risico (bijvoorbeeld na een hart- of vaatziekte). Bespreek uw uitslag met uw huisarts.
Bron: NHG Referentiepopulatie: Nederlandse volwassenen (niet-nuchter, 80e percentiel)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Non-HDL-cholesterol is geen losse bepaling. Er gaat geen extra buisje bloed voor naar het lab en er staat geen apart apparaat voor aan. Het is simpelweg het verschil tussen twee waarden die al op je lipidenprofiel staan: je totaal cholesterol en je HDL-cholesterol.
Je non-HDL-cholesterol berekenen doe je dus zelf, in één stap. Pak je uitslag erbij, zoek de regel met totaal cholesterol, zoek de regel met HDL, en trek de tweede van de eerste af. Staat er 6,2 en 1,5, dan is je non-HDL 4,7 mmol/l. Klaar. Geen formule, geen app, geen tweede prik.
Drie voorbeelden laten zien wat die aftreksom doet.
| Voorbeelduitslag | Totaal cholesterol | HDL | Non-HDL (het verschil) |
|---|---|---|---|
| iemand met een hoog HDL | 5,4 mmol/l | 2,1 mmol/l | 3,3 mmol/l |
| iemand met een laag HDL | 5,4 mmol/l | 1,1 mmol/l | 4,3 mmol/l |
| hoger totaal cholesterol | 6,2 mmol/l | 1,5 mmol/l | 4,7 mmol/l |
In de bovenste twee rijen is het totaal cholesterol precies gelijk. Toch scheelt het non-HDL een vol punt. Dat komt door het HDL: hoe hoger dat is, hoe minder er na de aftreksom overblijft. Twee mensen met hetzelfde totaal cholesterol kunnen dus een heel verschillend getal hebben. Precies daarom zegt een totaal cholesterol in zijn eentje zo weinig.
En wat is dat overblijvende getal dan? Cholesterol lost niet op in bloed, dus het reist verpakt in kleine pakketjes. Een deel van die pakketjes brengt cholesterol juist terug naar je lever, en dat zijn de HDL-pakketjes. Die haal je er met de aftreksom uit. Alles wat dan nog overblijft kan cholesterol achterlaten in je vaatwand: LDL, de vetrijke VLDL-deeltjes, de restjes die overblijven nadat je lichaam vet heeft verteerd, en Lp(a).
Je LDL-waarde vertelt je maar over één van die groepen. Non-HDL telt ze allemaal in één keer mee. In één zin: LDL is een deel van de stapel, non-HDL is de hele stapel. En je hoeft er geen euro extra voor te betalen, want de twee getallen die je nodig hebt staan toch al op je uitslag.
Op je uitslag staat LDL netjes afgedrukt, en daar kijkt je huisarts meestal naar. Wat er niet bij staat: dat LDL is bijna nooit echt gemeten. Het lab rekent het uit met de formule van Friedewald, en die formule leunt op je triglyceriden.
Die formule doet, kort gezegd, dit: hij neemt je non-HDL en haalt daar je triglyceriden gedeeld door 2,2 vanaf. Wat overblijft heet dan LDL. Triglyceriden zijn alleen wel de meest beweeglijke waarde van je hele profiel. Ze schieten omhoog na een maaltijd en zakken na een paar dagen bewegen. Boven ongeveer 4,5 mmol/l is de uitkomst van de formule zelfs niet meer bruikbaar.
Non-HDL slaat die hele stap over. Twee gemeten getallen, één aftreksom, niets wat scheef kan gaan. Nuchter zijn hoeft ook niet, want je totaal cholesterol en je HDL bewegen nauwelijks van een boterham. Daarom is het getal dat je zelf uitrekent op een niet-nuchtere uitslag vaak steviger dan het LDL dat het lab er voor je bij heeft gezet.
Er is nog een tweede reden. Non-HDL pikt iets op dat LDL laat liggen. Bij veel buikvet, een ontregelde bloedsuiker of diabetes type 2 zijn er vaak veel vetrijke VLDL-deeltjes en restdeeltjes onderweg. Die tellen wel mee in non-HDL en niet in LDL. Een LDL van 2,9 mmol/l ziet er keurig uit, maar naast triglyceriden van 3,2 mmol/l kan het non-HDL er ondertussen duidelijk te hoog uitkomen. Dat is geen meetfout. Dat is het signaal dat je LDL mist.
De Europese richtlijn rekent er inmiddels ook mee. SCORE2, het model dat sinds 2021 je kans op hart- en vaatziekten in de komende tien jaar schat, gebruikt vijf gegevens: je leeftijd, je geslacht, of je rookt, je bovendruk en je non-HDL-cholesterol. Je LDL zit er niet in, en de verhouding tussen totaal cholesterol en HDL waarmee eerder werd gewerkt, is er ook uit.
Wat voor jou een goede waarde is, hangt af van hoe hoog je risico is. Die inschatting maakt je arts, op basis van je leeftijd, bloeddruk, roken, diabetes, familie en eerdere hart- of vaatproblemen. De richtlijn legt het doel voor non-HDL steeds 0,8 mmol/l boven het bijbehorende LDL-doel.
| Hoe hoog je risico is | Doel voor je non-HDL | En 3,3 mmol/l dan? |
|---|---|---|
| zeer hoog | onder 2,2 mmol/l | ver boven het doel |
| hoog | onder 2,6 mmol/l | duidelijk boven het doel |
| matig | onder 3,4 mmol/l | net aan de goede kant, puur toeval |
| laag | de richtlijn noemt hier geen apart non-HDL-doel | het LDL-doel is dan onder 3,0 mmol/l |
Kijk vooral naar de rechterkolom. Dezelfde 3,3 mmol/l staat bij de één net aan de goede kant van de streep en bij de ander ver boven het doel, terwijl er op de uitslag zelf niets opvalt. Dat de referentiewaarde toevallig vlak bij het doel voor matig risico ligt, maakt het alleen maar verwarrender.
Eén ding tot slot, want hier gaat het weleens mis. Non-HDL is vaak het stevigere getal, maar het is geen troefkaart tegen je arts. Heeft je huisarts een besluit op je LDL gebaseerd, dan is een vriendelijker ogend non-HDL geen reden om dat besluit naast je neer te leggen. Neem allebei de getallen mee naar het gesprek, en je ApoB erbij als je dat hebt laten meten. ApoB telt de deeltjes zelf en is dan de zuiverdere maat; non-HDL is de gratis benadering ervan die altijd al op je uitslag staat.
De kans is groot dat je dit getal al hebt. Heb je de afgelopen jaren je cholesterol laten prikken, bij de huisarts of bij een check op je werk, zoek die uitslag dan op. Staan er een totaal cholesterol en een HDL op, dan heb je alles wat je nodig hebt. Non-HDL rolt eruit zonder dat er iemand opnieuw in je arm hoeft te prikken.
Nieuw bloed laten prikken is zinvol als je uitslag van jaren geleden is, of als er iets veranderd is: je bent zwaarder of juist lichter geworden, je bloeddruk loopt op, je bent gestopt of begonnen met roken, of je arts heeft er iets over gezegd. Veel mensen nemen een lipidenprofiel gewoon mee in een periodieke check vanaf een jaar of veertig, zeker als hart- en vaatziekten in de familie zitten.
Nuchter zijn hoeft niet. Van je hele lipidenprofiel is alleen triglyceriden echt gevoelig voor wat je hebt gegeten, en die waarde zit niet in de aftreksom. Komt je triglyceridenwaarde na een maaltijd boven ongeveer 4,5 mmol/l uit, laat het dan nuchter herhalen voordat iemand er conclusies aan verbindt.
Prik niet als je net ziek bent geweest. Na een infectie, een operatie of een hartinfarct zakken je cholesterolwaarden wekenlang, waardoor een uitslag uit die periode je gebruikelijke waarde te laag inschat. Wacht een paar weken tot je goed hersteld bent.
Eén uitslag blijft een momentopname. Totaal cholesterol schommelt van dag tot dag al vijf tot tien procent, en triglyceriden zelfs twintig tot vijfentwintig procent. Een verschil van 0,2 mmol/l tussen twee prikken zegt dus niets. Wil je de waarde volgen, doe dat dan bij hetzelfde lab en met een paar maanden ertussen.
Valt je non-HDL onverwacht hoog uit, ga dan niet meteen aan je eten sleutelen. Zoek eerst een verklaring. Een traag werkende schildklier is de bekendste gemiste oorzaak, dus laat je TSH meelopen, en je HbA1c als je bloedsuiker een vraagteken is. Ook nierziekte, leverziekte, fors alcoholgebruik, zwangerschap en een hele reeks medicijnen kunnen je profiel flink verstoren. Dat is een gesprek met je arts, geen puzzel om zelf op te lossen.
Een laag non-HDL merk je niet, en dat hoeft ook niet. Het betekent gewoon dat er weinig cholesterol rondgaat in de deeltjes die zich in je vaatwand kunnen vastzetten. Voor non-HDL bestaat trouwens geen ondergrens. Het lab drukt alleen een bovengrens af, dus te laag is hier eigenlijk geen categorie en er valt niets te winnen door de waarde nog verder omlaag te jagen.
Zie je bij een cholesterolwaarde op je uitslag een pijltje omlaag staan, dan is dat op zichzelf dus geen alarm. Slik je cholesterolverlagers, dan hoort een lage waarde er zelfs precies bij: dat is waar het middel voor is.
Een opvallend lage uitslag is wel het bespreken waard. Erg lage cholesterolwaarden zie je soms bij een te snel werkende schildklier, bij lever- of darmziekten waarbij je vetten slecht opneemt, bij langdurig te weinig eten, en bij een zeldzame erfelijke aanleg. Wat je in die gevallen merkt, hoort nooit bij het getal zelf maar bij de situatie eromheen. Leg zo'n uitslag daarom naast je andere bloedwaarden en bespreek hem met je arts.
Een hoog non-HDL voel je niet. Geen hoofdpijn, geen moeheid, geen enkel signaal. Mensen vragen vaak waar ze dan op moeten letten, en het eerlijke antwoord is: nergens op.
Dat is precies wat cholesterol zo lastig maakt. De vernauwing van je bloedvaten bouwt zich jaren tot tientallen jaren geluidloos op. Klachten komen pas als een vat al flink dicht zit. Druk of pijn op je borst bij inspanning, kortademigheid of pijn in je kuiten bij het lopen zijn dus geen tekenen van een hoge bloedwaarde, maar late verschijnselen van schade die er al is. Herken je zoiets, ga dan naar een arts en niet naar een bloedtest.
Je goed voelen zegt hier dus niets, en dat is geen reden tot paniek maar wel de reden om af en toe te meten. Een bloedwaarde meet risico, geen ziekte: non-HDL zegt hoeveel belasting je vaten te verwerken krijgen, niet of er al iets kapot is.
Bij heel hoge waarden, zeker als die al op jonge leeftijd voorkomen of in de familie zitten, kan een arts gericht kijken naar zichtbare aanwijzingen, zoals cholesterolophopingen in pezen of huid. Dat is aan de arts. Een hoge uitslag is geen diagnose, maar wel een goede reden voor een gesprek met je huisarts.
Omdat non-HDL twee dingen bij elkaar optelt, heb je ook twee knoppen om aan te draaien: alles wat je LDL verlaagt telt mee, en alles wat je triglyceriden verlaagt telt net zo goed mee.
De eerste knop is het soort vet dat je eet. Niet per se minder vet, maar ander vet. Roomboter, harde kaas, vet vlees en producten met palm- of kokosvet vervangen door olijfolie, noten, avocado en vette vis verlaagt je LDL, en daarmee je non-HDL. Van alles op deze lijst levert dat het meeste op per hoeveelheid moeite.
De tweede knop is vezel. Havermout, peulvruchten, groente en fruit binden galzuren in je darm, waardoor je lever meer cholesterol uit je bloed haalt. Een bord havermout of een portie bonen per dag is een stuk concreter dan het voornemen om gezonder te gaan eten, en het werkt ook beter.
Aan de triglyceridenkant liggen de knoppen anders. Suikerhoudende drank en veel snelle koolhydraten jagen je triglyceriden omhoog, en daarmee de vetrijke deeltjes die in je non-HDL meetellen. Alcohol doet hetzelfde, dus minderen werkt hier direct door. Afvallen bij overgewicht drukt de triglyceriden vaak fors omlaag, en regelmatig bewegen helpt daar bovenop en tilt je HDL nog een stukje op.
Stoppen met roken hoort er gewoon bij. Roken verlaagt je HDL, waardoor je non-HDL stijgt zonder dat er iets anders verandert, en het beschadigt de vaatwand waar al die deeltjes langskomen.
Zoek bij een onverwacht hoge uitslag eerst een oorzaak buiten je leefstijl. Een traag werkende schildklier (kijk naar je TSH), een ontregelde bloedsuiker of bepaalde medicijnen verklaren meer uitslagen dan menig eetpatroon, en dan schiet een streng dieet zijn doel voorbij.
Geef het daarna tijd. Een maand of drie is een redelijke termijn voordat je opnieuw prikt; korter meet je vooral ruis. Houd daarbij het doel in de gaten dat bij jouw risico hoort en niet de 3,3 mmol/l van het lab. En verander nooit zelf iets aan medicijnen die je van je arts gebruikt, ook niet als je non-HDL er beter uitziet dan je LDL.
Deze panelen meten waarden uit dezelfde categorie als deze marker.
Een uitgebreid bloedonderzoek met 43 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Een bloedonderzoek met 50 biomarkers voor prestaties, geïnspireerd op het WHOOP Performance Health Panel — herstel, bloedaanmaak, schildklier, hormonen, ijzer en voedingsstatus voor wie traint.
Een bloedonderzoek met 45 biomarkers voor hartgezondheid, geïnspireerd op het WHOOP Heart Health Panel — een geavanceerde blik op cholesterol, lipoproteïnen, ontsteking en nierfunctie.
Een bloedonderzoek met 51 biomarkers voor je stofwisseling, geïnspireerd op het WHOOP Metabolic Health Panel — bloedsuikerregulatie, insuline, schildklier, lever en de mineralen achter je metabolisme.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten.
Privacybeleid