Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Bloedwaarden & biomarkers

Lymfocyten te laag: wat een laag aantal betekent en wat niet

V
Vitalcheck
8 min lezen
Bloedbuisjes met gele doppen in een blauw rek op een laboratoriumtafel.
Foto: Guille B via Unsplash

Op je uitslag staat één regel in het rood: lymfocyten 1,1 ×10⁹/L, referentie 1,5 tot 4,0. Een laag aantal lymfocyten heet lymfopenie. Het is meestal tijdelijk, en het volgt vaak op een infectie die je al hebt doorgemaakt.

Wat mij opvalt aan de Nederlandse zoekresultaten: ze springen van "te laag" meteen naar hiv, beenmerg en kanker. Die oorzaken bestaan. Ze staan alleen onderaan de lijst, niet bovenaan.

Twee dingen legt vrijwel geen enkele pagina uit. Het eerste is dat lymfocyten twee keer op je uitslag staan, en dat maar één van die twee getallen betekenis draagt. Het tweede is timing.

Samen bepalen ze of jouw 1,1 iets voorstelt of niets.

Wat betekent lymfocyten bij bloedonderzoek?

Lymfocyten zijn de witte bloedcellen van je specifieke afweer. Het gaat om drie types: T-cellen, B-cellen en natural killer cellen. B-cellen maken antistoffen, T-cellen herkennen geïnfecteerde cellen. Het lab telt hoeveel van deze cellen in je bloed circuleren, op dat ene moment van het prikken.

Je afweer heeft twee lagen. De aangeboren afweer reageert binnen minuten op vrijwel elke indringer, de specifieke afweer leert een ziekteverwekker herkennen en onthoudt hem (PMID 20176265). Lymfocyten dragen die tweede laag.

Dat onthouden is precies waarom een vaccinatie werkt.

Hoe die twee lagen samenwerken, staat uitgebreider in ons overzicht over hoe je afweersysteem werkt.

Wat is het verschil tussen leukocyten en lymfocyten?

Leukocyten is de verzamelnaam voor al je witte bloedcellen. Lymfocyten zijn daar één groep van, normaal ongeveer 20 tot 45 procent. De andere groepen zijn de granulocyten (neutrofielen, eosinofielen en basofielen) en de monocyten. Samen vormen ze de leukocyten differentiatie op je uitslag.

Neutrofielen zijn meestal de grootste groep. Zij bepalen daarom voor een groot deel wat je totale leukocytengetal doet.

Wat elk van die groepen precies doet, lees je in het artikel over granulocyten. Voor het totaalgetal is er een apart stuk over leukocyten en hun normaalwaarde.

Wanneer zijn lymfocyten te laag?

Bij volwassenen spreken artsen van lymfopenie vanaf ongeveer 1,0 tot 1,5 ×10⁹/L, afhankelijk van het laboratorium. Dat is het absolute aantal, niet het percentage. Het percentage kan namelijk keurig normaal zijn terwijl het absolute aantal onder de ondergrens ligt, en precies andersom.

Die twee kolommen verwarren bijna iedereen. Hieronder staat wat ze wel en niet zeggen.

Op je uitslagTypische volwassen range (indicatief)Wat een verandering hier betekentWat het niet betekent
Lymfocyten absoluut (×10⁹/L)ongeveer 1,0 tot 3,5Het werkelijke aantal cellen in je bloed is gedaald of gestegenNiets over de oorzaak: die volgt uit de context, niet uit het getal
Lymfocyten percentage (%)ongeveer 20 tot 45Het aandeel binnen je witte bloedcellen is verschovenNiet dat je meer of minder lymfocyten hebt dan eerst
Percentage laag, absoluut normaalkomt regelmatig voorMeestal zijn je neutrofielen relatief toegenomenNiet dat er sprake is van lymfopenie
Percentage normaal, absoluut laagde combinatie die vaak wordt gemistJe totale leukocyten zijn mee gedaaldNiet dat je uitslag geruststellend is

De getallen in deze tabel zijn indicatief. Elk laboratorium bepaalt zijn eigen referentiewaarden, en de range die naast jouw eigen uitslag staat is de range die telt. Vergelijk je waarde dus nooit met een getal uit een ander lab.

Reken het één keer na, dan zie je het meteen. Iemand met 30 procent lymfocyten en leukocyten van 8,0 ×10⁹/L komt uit op 2,4 ×10⁹/L: ruim binnen de range. Iemand met exact diezelfde 30 procent en leukocyten van 3,5 ×10⁹/L komt uit op 1,05 ×10⁹/L: laag.

Zelfde percentage, tegenovergestelde conclusie.

Het werkt ook de andere kant op. Dalen je totale leukocyten, dan stijgt je lymfocytenpercentage vanzelf, zonder dat er één lymfocyt bij is gekomen. Een "hoog percentage" is dan een rekenkundig bijverschijnsel, geen bevinding.

Wat kan een laag aantal lymfocyten betekenen?

Meestal iets tijdelijks, en die volgorde is geen troostprijs maar frequentie. Een recent doorgemaakte virusinfectie staat bovenaan, gevolgd door corticosteroïden zoals prednison, forse lichamelijke belasting, alcohol, ondervoeding en een operatie. Auto-immuunziekten, hiv, chemotherapie, bestraling en beenmergaandoeningen staan lager, maar horen wel op de lijst.

  • Recente infectie. Griep, pfeiffer, een luchtweginfectie of een coronavirus kunnen je lymfocyten dagen tot weken laag houden.
  • Medicijnen. Prednison en andere corticosteroïden verlagen het aantal soms al binnen een dag. Chemotherapie en afweerremmers doen dat ook, en vaak langduriger.
  • Belasting en voeding. Zware stress, weinig slaap, veel alcohol en een tekort aan eiwit of zink kunnen meespelen.
  • Aandoeningen. Lupus, hiv, nierfalen en aandoeningen van het beenmerg verlagen het aantal structureel.

Verkoudheid is de meest alledaagse trigger van allemaal. Volwassenen maken gemiddeld twee tot drie verkoudheden per jaar door, kinderen aanzienlijk meer (PMID 12517470). Het RIVM houdt bij welke luchtweginfecties er op enig moment in Nederland rondgaan.

Prik je vlak na zo'n episode, dan meet je een afweersysteem dat nog aan het opruimen is.

Thuisarts, de patiënteninformatie waar huisartsen zelf naar verwijzen, beschrijft een afwijkende bloeduitslag als reden om te overleggen, niet als diagnose.

Hoe lang blijven lymfocyten laag na een infectie?

Vaak dagen tot enkele weken. Tijdens en na een infectie verplaatsen lymfocyten zich uit je bloed naar je lymfeklieren en je weefsel, precies waar het werk ligt. Ze zijn dan niet verdwenen, ze staan alleen ergens anders. Je buisje bloed ziet daardoor minder cellen dan je lichaam heeft.

Daarmee is het moment van prikken belangrijker dan de meeste mensen denken.

Neem twee mensen met allebei 1,1 ×10⁹/L. De eerste lag drie weken geleden met griep in bed en voelt zich nu weer prima. De tweede is niet ziek geweest, merkt niets, en had een half jaar geleden ook al 1,1.

Zelfde getal, heel andere betekenis. Bij de eerste is een herhaalmeting na een aantal weken meestal het logische vervolg. Bij de tweede gaat het niet meer om één meting, maar om een lijn die blijft staan.

Eén laag getal is een momentopname. Twee lage getallen met weken ertussen zijn een patroon.

Hoe hoog mogen lymfocyten zijn?

Bij volwassenen ligt de bovengrens meestal rond 3,5 tot 4,0 ×10⁹/L, opnieuw afhankelijk van het lab. Kinderen zitten van nature veel hoger: een peuter kan boven de 7 ×10⁹/L uitkomen zonder dat er iets aan de hand is. Leeftijd hoort dus bij de interpretatie.

Ook aan de bovenkant weegt het absolute aantal zwaarder dan het percentage.

Wat als lymfocyten te hoog zijn?

Een verhoogd aantal heet lymfocytose en komt bij volwassenen meestal door een infectie. Pfeiffer (het epstein-barrvirus), kinkhoest en andere virale infecties zijn de klassieke oorzaken. Blijft de waarde maanden verhoogd zonder dat er een infectie speelt, zeker boven de 50 jaar, dan hoort daar een medische beoordeling bij.

Bij kinderen is een hoge waarde tijdens een infectie juist het verwachte beeld.

Wil je zien hoe lymfocyten zich verhouden tot de rest van je uitslag, dan helpt het stuk over wat de onderdelen van je bloedbeeld betekenen.

Hoe erg is een laag aantal lymfocyten?

Op groepsniveau is lymfopenie geassocieerd met een hoger risico op infecties en op overlijden. In een Deens onderzoek onder 98.344 mensen uit de algemene bevolking gold dat ook voor deelnemers die zich prima voelden (PMID 30383787). Dat is een verband in een grote groep, geen voorspelling voor jou persoonlijk.

Dat onderscheid is het hele punt van deze paragraaf.

Een tweede analyse keek naar lymfopenie die bij toeval werd gevonden, dus zonder klacht die de meting had uitgelokt. Ook daar zagen de onderzoekers op groepsniveau een hogere sterfte, sterker naarmate de waarde lager lag (PMID 31932337).

Ik vind dit het lastigste stuk om eerlijk op te schrijven. Weglaten voelt als iets achterhouden. Te zwaar aanzetten maakt van een statistisch verband een persoonlijk vonnis, en dat is het niet.

Wat deze onderzoeken vooral laten zien: een blijvend laag aantal verdient de aandacht van een arts. Ze zeggen niets over wat er met jou gaat gebeuren. Veel mensen met een licht verlaagde waarde merken er niets van.

Wat doe je met een lage uitslag?

Je legt hem naast je eigen verhaal. Noteer het absolute aantal, je totale leukocyten, de datum van het prikken en of je in de zes weken ervoor ziek bent geweest. Zet je medicijnen erbij, prednison voorop. Leg dat lijstje voor aan je huisarts.

Dat is een concretere vraag dan "is dit erg".

Hoort bij een blijvend lage waarde ook een patroon van infecties, dan kijkt een arts vaak verder dan het celgetal alleen. Antistoffen horen daarbij, en wat die zeggen staat in het artikel over immunoglobulinen IgG, IgA en IgM.

Wil je je eigen waarde volgen, dan kun je lymfocyten los bekijken of meenemen in een breder onderzoek zoals de uitgebreide gezondheidscheck. Lees de uitslag altijd naast je leukocyten, nooit los.

Concreet: schrijf je absolute lymfocytenaantal op met de referentierange van jouw lab erachter, en zet erbij of je ziek bent geweest. Vraag je huisarts of een herhaalmeting bij jou zinvol is. Dat gesprek levert meer op dan nog een avond zoeken.

Bronnen

  1. Chaplin DD. Overview of the immune response. J Allergy Clin Immunol. 2010;125(2 Suppl 2):S3-S23. PMID 20176265.
  2. Warny M, Helby J, Nordestgaard BG, et al. Lymphopenia and risk of infection and infection-related death in 98,344 individuals from a prospective Danish population-based study. PLoS Med. 2018;15(11):e1002685. PMID 30383787.
  3. Warny M, Helby J, Sengeløv H, et al. Incidental lymphopenia and mortality: a prospective cohort study. CMAJ. 2020;192(2):E25-E33. PMID 31932337.
  4. Heikkinen T, Järvinen A. The common cold. Lancet. 2003;361(9351):51-59. PMID 12517470.
  5. Thuisarts en RIVM. Patiënteninformatie over bloedonderzoek en over infectieziekten in Nederland. Beschikbaar via thuisarts.nl en rivm.nl.

Elk bloedtestresultaat bij Vitalcheck bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Een bloedwaarde is geen diagnose: bespreek behandelbeslissingen altijd met je huisarts.

V

Auteur

Vitalcheck

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten