Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Bloedwaarden & biomarkers

Eosinofielen te hoog: allergie, astma of iets anders?

V
Vitalcheck
8 min lezen
Laborant met witte handschoenen kijkt door een microscoop.
Foto: Indra Projects via Unsplash

Het is elf uur 's avonds. Je scrolt door je uitslag en één regel staat in het rood: eosinofielen, net boven de bovengrens. Je typt "eosinofielen te hoog" in Google.

Twee klikken later lees je over beenmerg, over hypereosinofiel syndroom, over kanker. Dat is precies het probleem dat dit artikel wil oplossen.

Mijn mening, na jaren uitslagen uitleggen aan mensen die zijn geschrokken: het internet reageert hier volledig buiten proportie. Een licht verhoogd aantal eosinofielen komt bij de meeste mensen door iets alledaags. Denk aan allergie, hooikoorts, astma, een parasiet of een medicijn (PMID 27866580).

De zeldzame oorzaken bestaan wel degelijk. Ze verdienen serieuze aandacht, maar pas bij getallen die een heel eind boven de meeste uitslagen liggen. Waar die grens ongeveer ligt, lees je hieronder.

Wat zijn eosinofielen?

Eosinofielen zijn witte bloedcellen die horen bij de leukocyten differentiatie, de uitsplitsing van je witte bloedbeeld. Ze spelen een rol bij allergie en bij de afweer tegen parasieten. Normaal vormen deze eosinofiele granulocyten maar een paar procent van al je witte bloedcellen.

Hun werk is grof geschut. Ze laten stofjes los die parasieten beschadigen, en diezelfde stofjes irriteren je eigen weefsel tijdens een allergische reactie. Daarom duiken ze op bij hooikoorts, astma en eczeem.

Op je uitslag staan ze meestal twee keer: als percentage van je witte bloedcellen, en als absoluut aantal per liter bloed. Dat tweede getal is het getal dat telt. Wat de rest van je witte bloedbeeld doet, staat uitgelegd in het artikel over leukocyten en hun normaalwaarde.

Wanneer zijn eosinofielen te hoog?

Van eosinofielen te hoog spreken artsen meestal vanaf ongeveer 450 tot 550 cellen per microliter, oftewel zo'n 0,5 ×10⁹/L (PMID 27866580). Het absolute aantal weegt zwaarder dan het percentage. Een percentage kan namelijk stijgen puur omdat je totale witte bloedcellen dalen.

NiveauAbsoluut aantal (indicatief)Wat dit meestal betekent
Normaaltot ongeveer 0,5 ×10⁹/LGeen aanwijzing voor eosinofilie
Licht verhoogdongeveer 0,5 tot 1,5 ×10⁹/LVaak allergie, hooikoorts, astma, eczeem of een medicijn
Duidelijk verhoogd (hypereosinofilie)boven ongeveer 1,5 ×10⁹/LVerdient een medische beoordeling, ook zonder klachten

De getallen in deze tabel zijn indicatief. Elk laboratorium hanteert eigen referentiewaarden, en de range die op jouw eigen uitslag staat is de range die telt. Boven ongeveer 1,5 ×10⁹/L spreken artsen van hypereosinofilie, en dat is het niveau dat echt om uitzoekwerk vraagt.

Neem twee mensen met allebei 8 procent eosinofielen. Bij de eerste zijn de leukocyten 9,0 ×10⁹/L, dus het absolute aantal komt uit op 0,72 ×10⁹/L: licht verhoogd. Bij de tweede zijn de leukocyten 3,5 ×10⁹/L, dus 0,28 ×10⁹/L: gewoon normaal.

Zelfde percentage, tegenovergestelde conclusie.

Wat kan een verhoogd aantal eosinofielen betekenen?

Meestal iets alledaags, en dat is geen troostprijs maar statistiek. Allergie, hooikoorts, astma en eczeem staan bovenaan de lijst, gevolgd door een parasitaire infectie en een reactie op een geneesmiddel. Auto-immuunziekten kunnen het aantal ook verhogen, en een bloedziekte staat helemaal onderaan (PMID 27866580).

Die volgorde op frequentie is precies wat de zoekresultaten je niet vertellen.

Allergische aandoeningen zijn veruit de meest voorkomende verklaring. Bij hooikoorts stijgen eosinofielen tijdens het pollenseizoen en zakken ze daarna weer. Prik je in mei, dan meet je iets anders dan in november.

Astma is de tweede grote groep. Het Longfonds beschrijft astma als een chronische ontsteking van je luchtwegen, en bij een deel van de mensen met astma zijn eosinofielen precies de cellen die die ontsteking dragen.

Geneesmiddelen worden vaak vergeten. Antibiotica, ontstekingsremmers en sommige anti-epileptica kunnen je eosinofielen verhogen zonder verdere klachten. Neem je medicijnlijst dus mee als je je uitslag bespreekt.

Parasieten zijn in Nederland ongewoon, maar niet onmogelijk. Een recente reis naar de tropen verandert die kans behoorlijk. Ook daarom vraagt je huisarts naar je reisgeschiedenis voordat er verder onderzoek komt.

Wil je weten of er een allergie achter zit, dan is een verhoogd eosinofielenaantal op zichzelf te vaag. Dan kijk je verder naar wat een verhoogde IgE waarde betekent, of specifiek naar welk bloedonderzoek een pollenallergie aantoont.

Belangrijk: een ernstige allergische reactie is nooit een bloedprikvraag. Bij benauwdheid, zwelling van je lippen, tong of keel, of andere tekenen van anafylaxie bel je 112 of ga je naar de huisartsenpost. Dat is acute zorg, en die kan niet wachten op een uitslag.

Hoe verlaag ik mijn eosinofielen?

Je verlaagt het getal niet, je pakt de oorzaak aan. Er is geen dieet, supplement of leefstijltruc waarvan onderzoek laat zien dat het eosinofielen betrouwbaar omlaag brengt. Wordt de allergie behandeld of verdwijnt het medicijn dat de reactie geeft, dan zakt de waarde vanzelf mee.

Welke oorzaak bij jou speelt, bepaal je niet in je eentje. Bespreek je uitslag met je huisarts, zeker als er klachten bij horen. Op Thuisarts vind je de patiëntinformatie waar huisartsen zelf naar verwijzen.

Er is nog iets wat je bijna nergens leest. Antihistaminica en zeker corticosteroïden kunnen je eosinofielen tijdelijk onderdrukken. Prik je bloed midden in een prednisonkuur, dan kan je uitslag geruststellend laag uitvallen terwijl er wel degelijk iets speelt.

Dat werkt ook de andere kant op. Stop je met zo'n middel, dan kan de waarde weer oplopen. Zet daarom altijd op je aanvraag welke medicijnen je gebruikt, en stop nooit op eigen houtje met een voorgeschreven medicijn.

Wat is tryptase en wanneer is die waarde relevant?

Tryptase is een enzym uit je mestcellen, een ander type afweercel dan de eosinofiel. De basale tryptase in je bloed zegt iets over hoeveel mestcellen je hebt. Artsen vragen die waarde aan bij ernstige allergische reacties, bij verdenking op een mestcelaandoening, en soms naast een verhoogd eosinofielenaantal.

Mestcellen zijn ook de cellen die histamine loslaten, de stof achter jeuk, niezen en een loopneus. Hoe dat systeem werkt en wat je bloed daar wel en niet over zegt, staat in ons overzicht over histamine intolerantie.

Hier zit het geruststellende feit dat vrijwel niemand noemt. De normale basale tryptase loopt ongeveer van 1 tot 15 ng/mL (PMID 37572755). Die bovengrens is bewust ruim getrokken: gezonde mensen met erfelijke alfa-tryptasemie vallen er nog binnen.

Erfelijke alfa-tryptasemie klinkt zwaar, maar het is vooral een veelvoorkomende erfelijke eigenschap. Extra kopieën van het TPSAB1-gen geven een hogere basale tryptase, zonder dat er sprake hoeft te zijn van ziekte (PMID 30007465).

Een hogere basale tryptase is dus lang niet altijd een ziekteteken.

De experts achter die range schrijven er zelf bij waarom ze hem zo trokken: om overinterpretatie, onnodige verwijzingen en onnodige angst te voorkomen (PMID 37572755). Ik vind dat een van de eerlijkste zinnen uit de allergieliteratuur. Wij zouden willen dat meer richtlijnen dat hardop zeiden.

Wil je tryptase laten meten, dan kan dat los via de tryptase bloedwaarde. Doe dat niet op eigen initiatief bij een vage klacht: laat je huisarts meebepalen of die waarde bij jou iets toevoegt.

Wat doe je met een verhoogde uitslag?

Eén verhoogde waarde is een momentopname, geen diagnose. Eosinofielen schommelen met het seizoen, met een infectie en met de medicijnen die je slikt. Een herhaalmeting na een paar weken, gelezen naast je klachten en je medicatielijst, zegt veel meer dan dat eerste getal.

Bespreek die uitslag met je huisarts.

Wacht daar niet mee als je waarde duidelijk verhoogd is en je er ongewild gewichtsverlies, koorts of nachtzweten bij hebt. Die combinatie hoort bij een arts, niet bij een zelf aangevraagde herhaaltest.

Zijn je eosinofielen verhoogd zonder die alarmsignalen, dan kijkt een arts eerst naar het geheel: je verhaal, je medicijnen, reizen naar het buitenland en je eerdere uitslagen. Pas daarna volgt aanvullend onderzoek. De Britse hematologierichtlijn beschrijft zo'n stapsgewijze aanpak (PMID 28112388).

Wil je je eigen waarde volgen, dan kun je eosinofielen en de leukocyten differentiatie kiezen via je eigen bloedtest samenstellen. Lees ze naast je ontstekingswaarden, want CRP en BSE geven context die één celgetal mist.

Concreet: noteer je waarde, zet je medicijnen erbij, schrijf je klachten van de afgelopen maanden op en leg dat lijstje voor aan je huisarts. Vraag of een herhaalmeting bij jou zinvol is. Dat is een betere volgende stap dan nog een uur zoeken op internet.

Bronnen

  1. Kovalszki A, Weller PF. Eosinophilia. Prim Care. 2016;43(4):607-617. PMID 27866580.
  2. Butt NM, Lambert J, Ali S, et al. Guideline for the investigation and management of eosinophilia. Br J Haematol. 2017;176(4):553-572. PMID 28112388.
  3. Valent P, Hoermann G, Bonadonna P, et al. The Normal Range of Baseline Tryptase Should Be 1 to 15 ng/mL and Covers Healthy Individuals With HαT. J Allergy Clin Immunol Pract. 2023;11(10):3010-3020. PMID 37572755.
  4. Lyons JJ. Hereditary Alpha Tryptasemia: Genotyping and Associated Clinical Features. Immunol Allergy Clin North Am. 2018;38(3):483-495. PMID 30007465.
  5. Longfonds en Thuisarts. Patiënteninformatie over astma, allergie en bloedonderzoek. Beschikbaar via longfonds.nl en thuisarts.nl.

Elk bloedtestresultaat bij Vitalcheck bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Een bloedwaarde is geen diagnose: bespreek behandelbeslissingen altijd met je huisarts.

V

Auteur

Vitalcheck

Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten