Hematologie
23 markers in deze categorie
Basofielen
Basofielen zijn witte bloedcellen die histamine bevatten, een stof die bij een allergische reactie vrijkomt en dan klachten kan geven.
Bloedgroep + Rh
Een bloedgroeptest bepaalt uw ABO-bloedgroep en Rh-factor. Het kennen van uw bloedgroep is essentieel voor veilige bloedtransfusies, orgaantransplantaties en zwangerschapsplanning.
Coombs Test (indirect)
In het bloed zitten eiwitten die volgens het RIVM bepalen welke bloedgroep iemand heeft, en je lichaam kan antistoffen maken tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt.
Eosinofielen
Eosinofielen zijn witte bloedcellen die betrokken zijn bij allergische reacties en de afweer tegen parasieten. Ze horen bij je volledige bloedbeeld.
Erythrocyten
Een erythrocytentelling (rode bloedcellen) meet het aantal rode bloedcellen in uw bloed.
Haptoglobine
Een haptoglobinetest meet het niveau van het haptoglobine-eiwit in uw bloed.
Hematocriet
Je hematocriet waarde vertelt welk deel van je bloed uit rode bloedcellen bestaat, de cellen die zuurstof door je lichaam vervoeren.
Hemoglobine
Hemoglobine is een van de meest fundamentele markers van bloedgezondheid en zuurstoftransportcapaciteit.
Hemoglobine Elektroforese
In je rode bloedcellen zit hemoglobine, een eiwit dat volgens de NVKC zuurstof van je longen naar je andere organen brengt.
Irregulaire Antistoffen (screening)
Na contact met bloed van iemand met een andere bloedgroep, bijvoorbeeld door een bloedtransfusie, kunnen volgens het RIVM irregulaire antistoffen ontstaan: antistoffen tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt.
Klein Bloedbeeld
Het klein bloedbeeld meet drie basiswaarden van je bloed: hemoglobine, leukocyten en trombocyten. Samen zeggen ze iets over zuurstoftransport, afweer en bloedstolling.
Leukocyten
Je beenmerg maakt leukocyten, je witte bloedcellen, en die beschermen je lichaam tegen infecties. Krijg je een infectie, dan vallen ze bacteriën, schimmels en virussen aan.
Leukocyten Differentiatie
Je witte bloedcellen beschermen je lichaam volgens de NVKC tegen infecties door bacteriën, virussen of parasieten, en ze worden in het beenmerg gemaakt.
Lymfocyten
Lymfocyten zijn witte bloedcellen die centraal staan in je afweer tegen virussen en in je immuungeheugen. Ze horen bij je volledige bloedbeeld.
MCH (Gemiddeld Hemoglobinegehalte)
Je rode bloedcellen bevatten hemoglobine, het eiwit dat volgens Thuisarts zuurstof van je longen naar alle cellen van je lichaam brengt.
MCHC (Gemiddelde Hemoglobineconcentratie)
MCHC is de gemiddelde concentratie hemoglobine in je rode bloedcellen, berekend uit je hemoglobine en je hematocriet.
MCV
Je rode bloedcellen brengen zuurstof rond: volgens Thuisarts zit er hemoglobine in, dat zuurstof van je longen naar alle cellen van je lichaam brengt.
Monocyten
Een laag aantal monocyten op je uitslag vertelt je meestal niets, want de ondergrens ligt vlak bij de precisie van de celteller en een licht laag getal zegt daardoor weinig.
Neutrofielen
Neutrofielen zijn de meest voorkomende witte bloedcellen en horen bij je volledige bloedbeeld. Ze reageren snel op bacteriële infecties en ontstekingen.
RDW
RDW (red cell distribution width) hoort bij je volledige bloedbeeld en laat zien hoeveel je rode bloedcellen in grootte verschillen.
Reticulocyten
Een reticulocytentelling meet het aantal jonge, onrijpe rode bloedcellen in uw bloed. Het weerspiegelt hoe actief uw beenmerg nieuwe rode bloedcellen aanmaakt en is een waardevolle indicator van de beenmergfunctie.
Trombocyten
Je trombocyten waarde vertelt hoeveel bloedplaatjes er in je bloed zitten. Bloedplaatjes zijn de kleine stukjes die een wondje dichtmaken. De meeste mensen zitten tussen 150 en 400 ×10⁹/l.
Volledig Bloedbeeld
Je bloedbeeld vertelt je hoeveel rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes er in je bloed zitten en hoeveel hemoglobine je hebt, en op je uitslag zie je dat als een rij afkortingen met getallen erachter.