InsideTracker Hormone Balance
Een bloedonderzoek met 12 biomarkers, geïnspireerd op de InsideTracker Hormone Balance categorie — oestradiol, progesteron, testosteron, SHBG, DHEA-S, cortisol, TSH en de mineralen achter je hormoonscore.
Je calciumwaarde laat zien hoeveel calcium er in je bloed zit, in mmol/l, en bij volwassenen ligt een normale waarde tussen 2,18 en 2,55 mmol/l. Zit je uitslag daar net buiten, dan zijn je albumine en de bloedafname de eerste twee dingen om na te gaan. Ongeveer 45 procent van het calcium zit vast aan eiwitten, vooral aan albumine, dus is je albumine laag, dan lijkt je calcium ook laag terwijl het vrije calcium gewoon normaal kan zijn. Een stuwband die lang om je arm zit, kan het calcium juist hoger laten uitvallen. Blijft je calcium bij een nieuwe meting afwijken, bespreek de uitslag dan met je huisarts.
Beoordeling door arts inbegrepen
Bekijk de waarde die voor jou geldt:
Kies man of vrouw — dit bereik verschilt per geslacht.
Vul je leeftijd in — dit bereik verandert met de leeftijd.
Dit bereik hangt ook af van bijvoorbeeld cyclusfase of afnamemateriaal; de gemarkeerde rijen gelden voor jouw groep.
| Leeftijd | Referentiewaarde (mmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|
| 6–12 jaar | 2,29–2,56 mmol/l |
2,29
2,56
|
| 13–18 jaar | 2,23–2,57 mmol/l |
2,23
2,57
|
| 19 jaar en ouder | 2,18–2,55 mmol/l |
2,18
2,55
|
Bron: NVKC Referentiepopulatie: Nederlandse huisartsenpopulatie (NUMBER, n=7.574.327)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Check je eigen waardeBij een gewone bepaling meet het laboratorium het totale calcium in het bloed. Dat totaal bestaat uit drie delen: ongeveer 45 procent zit vast aan eiwitten, vooral aan albumine, nog eens ongeveer 45 procent is vrij, en dat vrije deel heet geïoniseerd calcium, de actieve vorm; de laatste 10 procent zit vast aan andere kleine deeltjes. Je uitslag geeft het totaal van die drie delen samen.
De normaalwaarden voor totaal calcium komen uit Nederlands onderzoek met 7,6 miljoen uitslagen van huisartsen, en ze hangen af van je leeftijd: 2,18 tot 2,55 mmol/l vanaf 19 jaar, 2,23 tot 2,57 mmol/l van 13 tot 19 jaar en 2,29 tot 2,56 mmol/l van 6 tot 13 jaar. De NVKC, de Nederlandse vereniging voor klinische chemie, noemt voor volwassenen 2,10 tot 2,55 mmol/l, en het lab dat deze test uitvoert drukt 2,15 tot 2,55 mmol/l op je uitslag af. Voor vrij calcium in bloed uit een ader noemt de NVKC 1,15 tot 1,33 mmol/l. Referentiewaarden verschillen dus per bron en per laboratorium, en de grenzen op je eigen uitslag zijn leidend.
Je lichaam houdt het calcium in je bloed binnen nauwe grenzen. Dat regelen het bijschildklierhormoon (PTH) en vitamine D samen, en zo nodig haalt je lichaam daarvoor calcium uit je botten. Een normale uitslag zegt daarom niets over je botdichtheid.
Een calcium dat net afwijkt, hoeft geen probleem met calcium zelf te zijn. Bijna de helft van het calcium zit aan eiwitten vast, vooral aan albumine, dus je totale calcium beweegt mee met je albumine, en een lage albumine laat je calcium lager uitvallen terwijl het vrije calcium toch normaal kan zijn.
Om dat te schatten bestaat het gecorrigeerd calcium. Zit je albumine onder de 40 g/l, dan daalt het totale calcium ongeveer 0,2 mmol/l per 10 g/l. Een veelgebruikte formule is gemeten calcium + 0,02 x (40 - albumine in g/l). Een voorbeeld: je calcium is 2,12 mmol/l en je albumine 34 g/l, dus je rekent 2,12 + 0,02 x (40 - 34) = 2,24 mmol/l. Dat valt binnen de normaalwaarde voor volwassenen. Laboratoria gebruiken net iets andere getallen in de formule, en de formule blijft een schatting. Onderzoek laat zien dat hij de calciumstatus vaak verkeerd inschat, het sterkst bij een albumine onder de 30 g/l. In die situatie is een meting van het vrije, geïoniseerde calcium betrouwbaarder, omdat het laboratorium dan direct het deel meet dat niet aan eiwit vastzit.
Een net te hoge uitslag kan ook uit de bloedafname komen. Zit de stuwband lang om je arm, dan dikt het bloed daar wat in en valt het totale calcium hoger uit. Duurt het afbinden korter dan een minuut, dan maakt het vrijwel niets uit. Ook je houding tijdens het prikken kan de waarde verschuiven. Een waarde net buiten de grens wordt daarom vaak opnieuw gemeten, het liefst met een rustige afname en korte stuwing. Blijft je calcium ook bij die herhaling afwijken, dan is het tijd voor je huisarts, die de uitslag samen met andere bloedwaarden leest.
Calcium kun je laten meten bij een algemene check van je gezondheid, en dan het liefst samen met albumine, want zonder albumine is een net afwijkend calcium lastig te lezen. Het volledig metabool onderzoek meet calcium samen met albumine en kreatinine.
Is je calcium bij een eerdere meting net te hoog of te laag uitgevallen, dan is een herhaling zinvol; vraag bij de afname of de stuwband kort om mag blijven, want een lange stuwing kan het calcium hoger laten uitvallen. Is je calcium laag, laat dan ook je magnesium meten, omdat je lichaam bij een laag magnesium minder goed op PTH reageert en het calcium pas herstelt als het magnesium weer op orde is.
Blijft je calcium afwijken, ga dan naar je huisarts, die kijkt naar albumine, PTH, vitamine D, nierfunctie, fosfaat en magnesium. Een afwijkend calcium is geen waarde om zelf te duiden. Je bestelt het bloedonderzoek online, zonder verwijzing van je huisarts. Je bloed wordt afgenomen op een partnerlocatie van een netwerk van onafhankelijke, gecertificeerde laboratoria, de uitslag volgt binnen ongeveer 120 uur, en een BIG-geregistreerde arts beoordeelt elke uitslag.
Een te laag calcium heet hypocalciëmie. Je kunt dan tintelingen rond je mond of in je vingers voelen, en ook spierkrampen en buikkrampen komen voor; in ernstige gevallen ontstaan spierspasmen, dat heet tetanie.
Mogelijke oorzaken zijn te weinig PTH, een tekort aan vitamine D of magnesium, en nierfalen, en ook een ontsteking van de alvleesklier, alcohol en ondervoeding kunnen calcium verlagen. Een lage albumine laat je totale calcium laag lijken terwijl het vrije calcium normaal kan zijn. Ook bepaalde medicijnen kunnen je calcium verlagen, zoals sommige plaspillen (lisdiuretica), maagzuurremmers, bisfosfonaten en denosumab. Stop nooit zelf met een medicijn, en bespreek een lage uitslag met je huisarts.
Een teveel aan calcium in je bloed heet hypercalciëmie. Je kunt dan moe zijn, weinig trek hebben en misselijk zijn of overgeven, en ook verstopping, buikpijn, vaak plassen en veel dorst passen erbij; verder kunnen nierstenen, botpijn en verwardheid optreden, en een hoog calcium kan hartritmestoornissen en een hogere bloeddruk geven.
Ongeveer 90 procent van de gevallen komt door een te actieve bijschildklier of door kanker. Andere oorzaken zijn te veel vitamine D, te veel calciumcarbonaat of maagtabletten, en bepaalde plaspillen (thiaziden); ook lithium, sarcoïdose, een te snel werkende schildklier, lang stilliggen en een verminderde nierfunctie kunnen meespelen. Welke oorzaak past, zoekt je huisarts uit met extra bloedwaarden.
Laag calcium kan spierkrampen en osteoporose veroorzaken. Overweeg suppletie.
Hoog calcium kan wijzen op hyperparathyreoïdie. Overweeg PTH-test.
Laag calcium verhoogt risico op osteoporose. Overweeg calcium en vitamine D suppletie.
Hoog calcium kan wijzen op hyperparathyreoïdie. Overweeg PTH-test.
Laat je een net afwijkende waarde herhalen, zorg dan voor een rustige afname: zeg bij het prikken dat de stuwband zo kort mogelijk om mag, en zit bij de herhaling op dezelfde manier als de eerste keer, want je houding verschuift de waarde.
Neem je supplementen met vitamine D of calcium, of gebruik je vaak maagtabletten met calciumcarbonaat, dan kan te veel daarvan je calcium verhogen; bespreek het gebruik met je huisarts. Gebruik je medicijnen die calcium kunnen verlagen of verhogen, zoals plaspillen, lithium, maagzuurremmers, bisfosfonaten of denosumab, stop daar dan niet zelf mee, en noem ze wel bij je huisarts als je calcium afwijkt. Alcohol en ondervoeding kunnen je calcium verlagen, dus eet je weinig of drink je veel, bespreek dat dan ook.
Wil je weten hoe sterk je botten zijn, dan zegt je calciumwaarde daar niets over, omdat je lichaam die waarde op peil houdt, zo nodig met calcium uit je botten; botdichtheid meet je met een DEXA-scan. Bewaar je uitslagen en leg een nieuwe calciumwaarde naast de vorige, met de albumine erbij.
Bij volwassenen ligt een normaal totaal calcium tussen 2,18 en 2,55 mmol/l; die grenzen komen uit Nederlands onderzoek met 7,6 miljoen huisartsuitslagen, en voor kinderen en tieners liggen ze iets hoger. De NVKC noemt voor volwassenen 2,10 tot 2,55 mmol/l en het lab dat deze test uitvoert drukt 2,15 tot 2,55 mmol/l af. De grenzen op je eigen uitslag gaan voor. Zit je net buiten de grens, kijk dan ook naar je albumine.
Gecorrigeerd calcium schat hoe hoog je calcium zou zijn bij een albumine van 40 g/l. Een groot deel van het calcium zit vast aan albumine, dus is je albumine laag, dan valt je totale calcium lager uit. De formule telt 0,02 x (40 - albumine in g/l) op bij het gemeten calcium, met per laboratorium net iets andere getallen. Bij een albumine onder de 30 g/l zit de schatting er vaak naast.
Geïoniseerd calcium is het vrije calcium in je bloed, dat niet aan eiwitten vastzit en de actieve vorm is; ongeveer 45 procent van je totale calcium is vrij. De NVKC noemt voor bloed uit een ader 1,15 tot 1,33 mmol/l als normaal. Bij een albumine onder de 30 g/l is deze meting betrouwbaarder dan gecorrigeerd calcium.
Een calcium net onder de grens kan komen door een lage albumine: dan is alleen het totaal lager, terwijl het vrije calcium normaal kan zijn. Reken daarom het gecorrigeerde calcium uit, of laat het vrije calcium meten. Andere mogelijke oorzaken zijn een tekort aan vitamine D of magnesium, of bepaalde medicijnen. Blijft de waarde laag bij een herhaling, bespreek dat dan met je huisarts.
Ja. Blijft de stuwband lang om je arm, dan dikt het bloed daar wat in en valt het totale calcium hoger uit; duurt het afbinden korter dan een minuut, dan maakt het vrijwel niets uit. Ook je houding tijdens het prikken kan de waarde verschuiven. Is je calcium net te hoog, dan geeft een herhaling met een rustige afname en korte stuwing meer duidelijkheid.
Nee. Je lichaam houdt het calcium in je bloed binnen nauwe grenzen, geregeld door PTH en vitamine D, en haalt daarvoor zo nodig calcium uit je botten. Daardoor kan je bloedwaarde normaal zijn, wat je botdichtheid ook is. Wil je weten hoe sterk je botten zijn, dan meet een DEXA-scan dat.
Een afwijkend calcium lees je samen met albumine, PTH, vitamine D, nierfunctie, fosfaat en magnesium. Albumine laat zien of het totaal misleidend laag is, en bij een laag calcium telt magnesium extra mee: een laag magnesium maakt je lichaam minder gevoelig voor PTH en kan de afgifte ervan remmen, zodat het calcium pas herstelt als het magnesium weer op orde is.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
Een bloedonderzoek met 12 biomarkers, geïnspireerd op de InsideTracker Hormone Balance categorie — oestradiol, progesteron, testosteron, SHBG, DHEA-S, cortisol, TSH en de mineralen achter je hormoonscore.
Uitgebreid metabool panel: elektrolyten, nieren, lever, glucose, HbA1c en eiwit.
Een InsideTracker bloedonderzoek met 35 biomarkers: hart, hormonen, stofwisseling, ontsteking, herstel en ijzerstatus. Gemeten in Nederland.
Een uitgebreid bloedonderzoek met 45 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Calcium
€10,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid